
Mozambique. “Ze gaf alles uit liefde”
Het verhaal van de zusters die het slachtoffer werden van de aanslag op de Comboni-missie, Chipene 2022, waarbij zuster Maria De Coppi om het leven kwam. De toenmalige provinciale overste: “Ze was voor velen een tweede moeder en zal niet worden vergeten”“Zuster, herkent u mij?” De vraag wordt gesteld door een jongen van amper zeventien jaar, geweer in de hand, wiens jeugd werd gestolen door armoede, gerecruteerd door terroristische milities die banden hebben met Islamitische Staat in Mozambique. Zuster Angeles Lopez herinnert zich zijn angstige gezicht, smachtend naar een antwoord. “Misschien was hij een van de jonge vaders die het ondervoedingscentrum van de missie had bezocht en zich mij herinnerde”, zegt ze in een video gemaakt door Missio Giovani voor de Dag van de Missionaire Martelaren 2023.
Op het moment dat haar die vraag werd gesteld beleefde ze de meest angstaanjagende nacht van haar leven – en die jongeman was een van haar ontvoerders. Het was 6 september 2022, in de missie van Chipene in de provincie Nampula, in het noorden van het land, een extreem arme parochie van 3000 vierkante kilometer zonder verharde wegen. Enkele uren eerder had een groep islamitische fundamentalisten het missiecomplex aangevallen. Zuster Angeles woonde daar samen met twee Comboni-zusters, twee fidei donum-priesters uit Pordenone en de jonge vrouwen die te gast waren in het ‘Lar’, de woongemeenschap voor studenten die door de zusters wordt beheerd. Hun scholen, kerk en jeugdaccommodatie bevonden zich allemaal daar.
Die avond was iedereen in de missiepost bang door het onzekere nieuws dat al een paar uur de ronde deed. Normaal gesproken vinden er in dit deel van het land geen aanslagen plaats. In de kamer naast die van zuster Angeles woonde zuster Maria De Coppi, 82, die al 60 jaar als missionaris in Mozambique werkte. Voordat ze naar bed ging stuurde zuster Maria een audiobericht naar haar nicht, zuster Gabriella Bottani, een Comboni-missionaris in Italië. “De situatie is triest, heel triest. Door de terroristen zijn veel mensen gedwongen om in het mato (bos in het Portugees) te slapen. Moge de Heer ons en dit volk beschermen. Groet en een fijne werkdag!”
Dat waren haar laatste woorden. Een paar minuten later keek ze uit het raam, werd geraakt door een kogel en was op slag dood. Zuster Angeles rende naar haar toe en vond haar levenloze lichaam terwijl enkele terroristen het gebouw in brand staken. Een andere kleine groep brak het huis binnen en sleepte haar naar buiten: “Het enige wat ik kon doen was hopen dat ik snel zou sterven”, herinnert de zuster zich. Toen stelde de jongen haar die naïeve vraag, alsof hij het geweer in zijn hand was vergeten. Angeles hoorde hem verschillende keren herhalen: “Wij willen jullie religie niet, wij willen de islam.” Na ongeveer een half uur van terreur lieten ze haar gaan met een dreigement: “Wij willen je hier morgen niet meer zien.” De terroristen begaven zich naar het huis van de priesters, een paar honderd meter verderop.
De zuster rende weg om haar medezuster Eleonora Reboldi te waarschuwen, die zich met enkele meisjes in het studentenwooncomplex bevond. Zuster Eleonora, nu algemeen raadslid van de Comboni Missionary Sisters in Rome, vertelt: “Lange minuten lang hoorde ik hoe ze probeerden de deuren open te breken, hoe de bureaus werden verplaatst, enkele schoten, en toen stilte, tot zuster Angeles arriveerde. Van daaruit zijn we met de studenten het bos in gevlucht en daar de hele nacht gebleven.”
Bij zonsopgang waarschuwde een man die ze in het bos tegenkwamen dat de priesters zich op de missie bevonden en dat het leger naar hen op zoek was. Ze keerden terug en troffen de priesters aan die op miraculeuze wijze aan de aanval waren ontsnapt: de terroristen waren hun huis binnengedrongen en hadden alles vernield maar ze waren bij de gesloten deuren blijven staan en hadden hen in leven gelaten. “Meteen heb ik, met de hulp van een jong meisje, het verminkte gezicht van zuster Maria schoongemaakt, waarna we haar in een capulana hebben gewikkeld, een traditioneel doek die typisch is voor de Mozambikaanse cultuur”, zegt zuster Eleonora. Een paar dagen later werd de begrafenis gevierd in aanwezigheid van de bisschop, vele priesters en honderden gelovigen. “Maria was een vrouw die zich volledig aan de missie had gewijd. In haar dood zag en overpeinsde ik de vervulling van haar bestaan, van haar missionaire roeping.” De gelovigen wilden een foto van haar naast het kruisbeeld plaatsen dat uit de brand in de missiekerk was gered.
“Ons leven riskeren hoort bij onze roeping”, legt zuster Eleonora uit. Dit geldt vooral in een land als Mozambique, dat nog steeds lijdt onder de gevolgen van de burgeroorlog die van 1977 tot 1992 duurde. Jarenlang hebben in dit Afrikaanse land aanvallen en moorden op gelovigen uit religieuze haat voortgeduurd. Na het conflict heeft de regering nooit stabiliteit gevonden, vanwege talrijke corruptieschandalen en verschillende interne politieke spanningen. Vaak zijn het niet alleen christenen die te lijden hebben onder het geweld in het noorden van het land maar ook meer gematigde moslims. Het is zeer waarschijnlijk dat de terroristen, meer dan door religieuze haat, worden gedreven door economische belangen die verband houden met de rijke grondstofvoorraden in het gebied.
“Ondanks deze onrust blijven het aantal catechumenen en roepingen toenemen”, legt zuster Laura Malnati uit, die ten tijde van de aanslag provinciaal was van de Comboni Missionary Sisters of Mozambique. Zij kende zuster Maria ook goed. “Ze leefde volgens de woorden van onze stichter, de heilige Daniel Comboni: ‘Ons leven is in Gods handen: laat Hem doen wat Hij wil’ (Aan de Vader, 20-11-1858, S. 434). Daarom was ze voor velen hier als een tweede moeder, die alles gaf uit liefde voor dit volk. Ze zal nooit worden vergeten.”