Marco Gallo

"Hij heeft altijd aan God toebehoord"

Antonio en Paola vertellen over hun zoon die in 2011 op 17-jarige leeftijd overleed en wiens zaligverklaring op 7 maart van start is gegaan. „Ik zal mezelf volledig opofferen in het streven naar geluk. Ik wil zien of mijn ware leven in Hem ligt of niet”
Maria Acqua Simi

Het eerste wat spreekt is de stilte. Een bewoonde stilte, geen lege stilte. Ze hangt tussen de koffiekopjes die Paola op tafel zet, in de aantekeningen die tegelijkertijd ordelijk en wanordelijk zijn, in de onderstreepte pagina’s van een versleten boek van don Giussani. Antonio Gallo zit aan het hoofd van de tafel. Hij en zijn vrouw Paola Cevasco houden twee exemplaren vast van Anche i sassi si sarebbero messi a saltellare (Zelfs de stenen zouden zijn gaan springen), het boek dat de geschriften van Marco – hun tweede zoon – en de getuigenissen van zijn vrienden bundelt. Marco was 17 toen hij in 2011 bij een ongeval omkwam. Op 7 maart heeft aartsbisschop Mario Delpini in Milaan zijn zaligverklaringproces geopend: de Kerk heeft hem erkend als dienaar van God. Kardinaal Angelo Scola, emeritus aartsbisschop van Milaan, en de bisschop van Pavia, mgr. Corrado Sanguineti, hebben hem vele malen in het openbaar herdacht met bewondering voor zijn gepassioneerde zoektocht naar God. Waarom? Wat was er zo uitzonderlijk aan Marco? En waarom reizen al jarenlang duizenden jongeren elk jaar in november naar Ligurië om deel te nemen aan een pelgrimstocht naar het Mariaheiligdom van Montallegro waar hij begraven ligt? Zijn ouders vertellen het verhaal. Ze hebben de uitnodiging voor een interview in Tracce aangenomen en hun verlegenheid en terughoudendheid overwonnen. Ze zeggen dat ze dankbaar zijn en vertrouwen hebben in het oordeel van de Kerk. Ze komen oorspronkelijk uit Chiavari, verhuisden eerst naar Lecco en daarna naar Monza, waar ze sinds 2009 wonen. Paola doorbreekt de stilte: “Al in de eerste uren na zijn dood begonnen er vreemde dingen te gebeuren – bijna moeilijk te beschrijven. Zijn klasgenoten en vrienden van de Gioventù Studentesca verzamelden zich in het ziekenhuis om te bidden. Er stond een rij jongeren die wilden biechten. Twee jaar lang vroegen ze elke maand om een mis voor hun vriend. Toen ontstond het idee van een pelgrimstocht naar Montallegro, boven Rapallo, aangezien Marco in Ligurië begraven ligt. Elk jaar nemen duizenden mensen deel. Velen kenden hem niet toen hij nog leefde; sommigen zijn zelfs geen gelovigen. Maar ze zijn in aanraking gekomen met zijn geloof, zijn vragen aan God, zijn liefde voor de waarheid.”

Antonio vertelt over onverwachte vriendschappen die zijn ontstaan met jongeren die hij in stilte ontmoette tijdens de klim naar het heiligdom: “Op de een of andere manier voelden ze zich geroepen; sommigen bekeerden zich. Ik zeg dit zachtjes, want zelfs wij kunnen niet volledig begrijpen wat er gebeurde, behalve als een genadegave.” Paola weegt haar woorden: “De pijn is niet verdwenen. Maar, zoals dat met de sacramenten gaat, is het alsof alles vernieuwd is: ons huwelijk, ons ouderschap, ons lidmaatschap van de Kerk en van de beweging.”

Paola en Antonio, de ouders van Marco Gallo

Antonio’s herinnering gaat terug naar die zaterdag, 5 november 2011. De avond ervoor had Marco iets ongewoons gedaan. Met een zwarte pen had hij iets op de muur van zijn kamer geschreven, boven zijn bed en naast het kruisbeeld van San Damiano: “Waarom zoekt u de levende onder de doden?” Hij wist dat zijn ouders boos zouden zijn – op de muren schrijven was niets voor hem. Maar die zin, zegt zijn vader, moest daar staan, zichtbaar. De volgende ochtend stapte Marco, vrolijk en opgewekt, op zijn motor om naar school te gaan, het wetenschappelijk lyceum Don Gnocchi in Carate Brianza, waar hij in zijn laatste jaar zat. Op de weg tussen Monza en de Boven-Brianza reed een auto een parkeerplaats uit. Marco remde, maar het asfalt was nat. De botsing was fataal.

Marco werd op 7 maart 1994 in Chiavari geboren, na zijn zus Francesca en vóór Veronica. Hij was een nieuwsgierige en uitbundige jongen, soms verlegen en bedachtzaam. Hij groeide op in een levendig gezin, met een grote nieuwsgierigheid en een geloof dat tijdens de middelbare school rijpte door de ervaring van de Gioventù Studentesca. Paola zegt dat Marco al op jonge leeftijd een bijzondere gevoeligheid toonde. Op de kleuterschool troostte hij eens zuster Esendra, zijn juf, die verdrietig was omdat de regen ervoor zorgde dat de kinderen niet buiten konden spelen. “Zuster,” zei hij, “de zon is er altijd – ze zit alleen achter de wolken.” Zo was Marco. Hij hield van zijn zussen. Hij raakte gepassioneerd door Leopardi en Plato, door het onmogelijke probleem van de verdubbeling van de kubus. Hij hield van atletiek en kwalificeerde zich voor de nationale kampioenschappen in sprint en hordenlopen. Hij danste op concerten van Dropkick Murphys, hield van vuurwerk, de bergen en motorfietsen. Hij was rusteloos. Zijn ouders zeggen: “Hij was altijd op zoek naar vrienden, omdat hij in elke persoon die hij ontmoette een mogelijkheid zag voor een verbinding met het Mysterie dat in de werkelijkheid aanwezig is. Van onze 80-jarige buurvrouw tot de nieuwste leerling op school.” Zelfs toen we in de zomer terugkeerden naar Ligurië en al onze familieleden ontmoetten liet hij geen enkele kans voorbijgaan om met iemand een diepgaand gesprek aan te gaan. Het was voor hem vanzelfsprekend, een onstuitbare behoefte aan authenticiteit.” In een van zijn geschriften zegt hij: ”Vriendschap ontstaat, maar dat is alleen waar als ze ons helpt te streven naar de waarheid, naar de waarheid van de menselijke persoon, dat wil zeggen naar het gezelschap van het Mysterie.”

Op school beleefde hij de GS-ervaring met veel enthousiasme. “Zijn inzet was nooit slechts een formaliteit,” legt zijn moeder uit. “Hij was trouw aan de bijeenkomsten van de School van de Gemeenschap en het liefdadigheidswerk, maar hij had ook een strijdlustig karakter dat conformisme niet kon verdragen. Als iets voor hem niet werkte had hij er geen moeite mee om dat aan de verantwoordelijke volwassenen te laten merken. Hij had een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel,” glimlacht ze. In zijn laatste maanden was zijn leven in een stroomversnelling geraakt. Op 19 maart 2011 schreef hij: “Vanaf dit moment zal ik mezelf volledig opofferen aan het nastreven van geluk. Ik wil zien of mijn ware leven in Hem ligt of niet.” En nogmaals: “Wat er ook gebeurt,” schreef hij, “Jezus staat centraal.”

Op een avond liep hij de keuken binnen. Zijn vader was afgeleid door gedachten aan zijn werk en besteedde niet veel aandacht aan hem. “Ik ben ingenieur en werkte destijds als directeur van een bedrijf hier in Brianza. Marco had een stuk papier in zijn hand, een gedicht dat hij had geschreven. Hij las het hardop voor maar ik luisterde niet erg aandachtig. Toen plakte hij het op de koelkast omdat hij zijn gedachten met mij wilde delen. Ik ging die regels meteen na het nieuws van zijn overlijden nog eens lezen. Toen besefte ik dat Marco niet van ons was. Hij was altijd al – en is – van God.”

De menigte jongeren tijdens de bedevaart naar het heiligdom van Montallegro, die elk jaar de herinnering aan Marco Gallo levend houdt

Een keerpunt kwam na een pelgrimstocht met familie en vrienden naar Rome voor de zaligverklaring van Johannes Paulus II op 1 mei 2011. “Wij ouders spraken er onderling niet over, we keken alleen maar toe. We verwelkomden de volwassenheid die we in hem zagen in stilte, zonder hem vragen te stellen.” Marco werd geraakt door een zin van Wojtyla: “Wees niet bang. Open de deuren wijd voor Christus.” Hij hing die zin in zijn kamer op en ging onmiddellijk daarna – zoals hij in een brief aan Tracce en Tempi vertelde – naar de kerk om te bidden met de vraag dat die woorden ook voor hem werkelijkheid zouden worden. Toen hij opstond kruiste zijn blik die van een oudere vrouw. Marco voelde dat de vrouw hem wilde omhelzen, misschien verrast om een jonge man te zien knielen in gebed. Maar Marco aarzelde en liep door. Toen hij wegging, zag hij haar daar nog steeds zitten en begreep hij het. “Jezus was daar. Maar voordat dat een zekerheid werd – toen Zijn aanwezigheid nog een fragiele intuïtie was – wilde ik het niet.” Hier speelt het drama van de vrijheid zich af.

En het is precies deze vrijheid die hij had ten opzichte van God “en de manieren waarop Hij Zich openbaart” die in de loop der jaren een aanstekelijke hypothese is geworden voor duizenden mensen. Er is een episode die dit goed illustreert, ook al ontdekte Antonio die pas twee jaar geleden. “De zomer voordat hij stierf,” zegt zijn vader, “maakten we een reis naar de Verenigde Staten, waar mijn neef Robert woont, getrouwd met Lisa, een bankmanager. Op een dag zat Marco alleen met haar in de auto en begon hij haar, in enigszins onzeker Engels, veel vragen te stellen. 'Waarom werk je, wat zoek je eigenlijk in de dingen die je doet? Wat maakt je leven gelukkig?‘ Lisa vertrouwde ons toe: 'Ik besefte plotseling dat ik met een tiener sprak die me vragen stelde die ik zelf niet meer durfde te stellen en die me dwongen tot de diepten van de betekenis van mijn bestaan te gaan.’”

Iets soortgelijks gebeurde na Marco’s dood: Barbara werd door haar dochter meegesleept naar een mis ter nagedachtenis aan hem. Geïntrigeerd begon ze zijn geschriften te lezen en stuitte op een brief waarin de jongen zijn vrienden aanspoorde om elke ochtend voor schooltijd het ochtendgebed te bidden, omdat “ze een krachtige hulp zijn om de dag aan God op te dragen.” Sindsdien is ook zij elke ochtend gaan bidden, iets wat ze nooit eerder had gedaan.

Het duidelijkste teken van deze aantrekkingskracht tot God, via de figuur van Marco, is de jaarlijkse bedevaart naar Montallegro: veel jongeren, priesters, religieuzen en gezinnen nemen eraan deel. Veel mensen maken voor het eerst kennis met het christendom. Allemaal verschillend en toch verenigd. “We staan erbij en kijken toe, verbaasd over dit verhaal dat voortduurt”, zeggen zijn ouders. Deze mensen die naar de Maagd Maria lopen zijn met Marco op pad gegaan “niet om ons te troosten”, fluistert zijn vader Antonio. “Ze lopen, denk ik, aangetrokken door de intensiteit waarmee hij leefde.” Want, zoals Marco ooit schreef: “als ik gelukkiger ben zullen ze zich moeten afvragen waar mijn vreugde vandaan komt.”

Uit het maart nummer van Tracce