De begrafenis van pater Pierre El Raii in Qlaaya, Libanon (©Ansa/Stringer/dpa)

Libanon. Pater Pierre en de Kerk die blijft

Libanon staat opnieuw aan de rand van een oorlog en honderdduizenden mensen ontvluchten het zuiden. Het getuigenis van pater Toufic en enkele vrienden van CL na de moord op pater Pierre El Raii. “Hij herhaalde vaak ‘be’yin’, wat ‘we blijven’ betekent”
Maria Acqua Simi

Zondag hernieuwde paus Leo XIV zijn oproep tot vrede in het Midden-Oosten en sprak hij zijn diepe bezorgdheid uit over de situatie in het “geliefde Libanon”. De gevechten tussen militanten van Hezbollah en Israëlische troepen gaan onverminderd door, en het land wordt opnieuw tegen zijn wil in een conflict meegesleurd. Het aantal doden en gewonden stijgt met de dag, terwijl duizenden ontheemden – volgens de laatste schattingen 700.000 – hun toevlucht zoeken ver van de frontlinies. Te midden van deze chaos streeft de katholieke kerk ernaar de bevolking bij te staan. Zij doet dit door middel van concrete acties, zoals die van de apostolisch nuntius, aartsbisschop Paolo Borgia, die in een met hulpgoederen beladen vrachtwagen door dorpen aan de grens met Israël reisde. Aan zijn zijde staan priesters en leken die ervoor hebben gekozen niet te vluchten en zelfs onder de bommen te blijven leven te midden van hun eigen volk.

Onder hen was pater Pierre El Raii die enkele dagen geleden door een drone werd gedood. “Abouna Pierre”, zoals hij werd genoemd door de inwoners van de kleine christelijke dorpen verspreid over Zuid-Libanon – een overwegend islamitische regio die grenst aan Israël waar christelijke gemeenschappen al decennia lang standhouden te midden van oorlogen, invasies en spanningen die verband houden met de aanwezigheid van Hezbollah. De maronitische priester was 49 jaar oud en kwam om het leven terwijl hij de gewonden verzorgde in het dorp Qlayaa. Een drone trof het reddingsteam en hij werd gedood terwijl hij deed wat hij altijd had gedaan: zijn volk bijstaan.

“Zijn naam betekende ‘steen’.” Pater Toufic Bou Merhi pauzeert even, alsof hij elk woord afweegt. “De Heer heeft Zijn Kerk gebouwd op de hoeksteen. Pater Pierre verdiende die naam; hij droeg die met waardigheid. Zelfs zijn achternaam was een teken: El Raii betekent ‘herder’. Hij was tot het allerlaatste moment, toen hij zijn leven gaf, werkelijk een herder voor zijn kudde.”

Pater Toufic is een franciscaan van de Custodie van het Heilig Land en de Latijnse parochiepriester in Tyrus, en tevens een van de beste vrienden van pater Pierre. Duizenden mensen woonden de begrafenis van de priester bij: niet alleen christenen, maar ook veel moslims en talloze anderen die in de loop der jaren zijn hulp hadden ontvangen. “Voor ons franciscanen,” legt pater Toufic uit, “die ernaar streven naastenliefde na te leven in de voetsporen van de heilige Franciscus, maakt het geen verschil: als een man honger heeft, heeft hij honger; als een kind het koud heeft, heeft het het koud. We zijn geroepen om een bron van troost te zijn voor die mensen, ongeacht wie ze zijn.”

Pater Pierre El Raii

Om te begrijpen waarom een priester ervoor zou kiezen om in een dorp te blijven dat blootstaat aan bombardementen moet men de geschiedenis van de christenen in Libanon in herinnering roepen. Het christendom is hier al sinds de eerste eeuwen aanwezig en christenen hebben altijd deel uitgemaakt van de identiteit van het land. Toen het moderne Libanon in 1943 werd gesticht werd er een institutioneel evenwicht tot stand gebracht tussen de verschillende religieuze gemeenschappen: de president van de republiek is christen, de premier is een soennitische moslim en de voorzitter van het parlement is een sjiitische moslim. Het is een zeer fragiel evenwicht, na de vele oorlogen die het land hebben geteisterd.

Pater Pierre en pater Toufic hadden elkaar in 2014 ontmoet. “Pierre was aangekomen als assistent-pastoor in Qlayaa, vlakbij het kleine christelijke dorpje Deir Mimas, waar ik vaak naartoe ging om een zeer kleine gemeenschap te bedienen”, vertelt de franciscaan. De priester was gestuurd om pater Mansour bij te staan, die al meer dan veertig jaar pastoor was en door iedereen werd gerespecteerd. Op zijn school leerde Pierre een pastorale stijl die gekenmerkt werd door nabijheid tot de mensen en moed om onrechtvaardigheden en misstanden aan de kaak te stellen. “Mansour gaf hem grote vrijheid van handelen”, herinnert Toufic zich. “Hij begeleidde hem natuurlijk, maar liet hem werken zonder zich ermee te bemoeien.”

Dat waren moeilijke jaren. In 2014 hadden de opmars van Islamitische Staat in Irak en de oorlog in Syrië duizenden vluchtelingen naar Libanon gedreven. “We hadden veel leegstaande huizen in onze dorpen,” vervolgt pater Toufic. “Dus hebben we die opengesteld. We hebben meer dan zestig Iraakse gezinnen opgevangen, en door dat werk hebben we geleerd om zij aan zij samen te werken om de meest kwetsbaren te helpen.”

Toen pater Mansour in 2021 overleed werd Pierre parochiepriester en wijdde hij zich aan het welzijn van iedereen. De vrienden van de AVSI-stichting, met wie Pierre jarenlang had samengewerkt, weten dit maar al te goed. Na 7 oktober 2023, toen de oorlog de tijdelijke sluiting van het Fadaii-centrum noodzakelijk maakte, schreef pater Pierre aan zijn vrienden bij AVSI: “Maak je geen zorgen, Fadaii is in goede handen; wij zullen het beschermen.” “Hij herhaalde vaak een zin die voor velen het symbool van zijn leven is geworden: ‘Be’yin, be’yin, be’yin.’ We blijven. We blijven. We blijven.”

“Hij stond nooit stil,” vervolgt pater Toufic. “Hij had een energie die voortkwam uit zijn geloof en die hem ertoe bracht voor iedereen te zorgen – niet alleen voor zijn parochie maar voor christenen in de hele regio. Waar er ook maar pijn en nood was, daar wilde hij zijn.” Hij voegt eraan toe: “Mensen volgen hun herder. Als de herder het opgeeft stort alles in. Misschien is dat ook de reden waarom we vaak het doelwit zijn. Maar parochiepriester zijn is geen titel; het is niet zomaar een rol. Het is onze roeping, die uiteindelijk het leven zelf is.”

“Zelfs de achternaam van pater Pierre was een teken: El Raii betekent ‘herder’. Hij was tot het allerlaatste moment, toen hij zijn leven gaf, werkelijk een herder voor zijn kudde.”

Ter plaatse gaat de oorlog door. Veel Libanezen beschuldigen Hezbollah ervan het land in het conflict te slepen, terwijl een deel van de bevolking de regering oproept om een diplomatieke weg met Israël te vinden om een nieuwe burgeroorlog te voorkomen.

Rony en Andreina Rameh, een al jarenlang tot de beweging behorend echtpaar in dit land, zeggen: “We zijn gekwetst en rouwen. Ons toerismebedrijf was net weer op de been, maar we hebben opnieuw elke kans verloren. We bidden voor vrede en voor een terugkeer naar het normale leven. Ondanks alles wat er gebeurt blijven we onze blik omhoog richten, naar het kruis, naar het grootste liefdesverhaal dat ooit in de geschiedenis en in het leven is verteld. In Jezus Christus is er hoop en opstanding. Soms zijn we zwak, vervuld van angst en zorgen over de toekomst, maar toch geloven we dat Libanon heel belangrijk is in de ogen van God die erover waakt.”

Onder jongeren is de verleiding om te vertrekken erg groot. De afgelopen jaren is het aantal verzoeken om het land te verlaten op zoek naar werk in het buitenland verviervoudigd. Sommigen kiezen er echter voor om te blijven. Charbel Souaid, een jonge pas afgestudeerde uit Beiroet, zegt: “Het geloof dat ik heb ontwikkeld door mijn ontmoeting met Comunione e Liberazione stelt me in staat om naar de werkelijkheid te kijken zonder toe te geven aan angst. Hier blijven betekent ook naar de slechte dingen kijken, terwijl ik het positieve zoek.” Hij voegt eraan toe: “Als ik me door angst zou laten leiden zou ik vluchten of irrationeel handelen. In plaats daarvan maakt het geloof me, in zekere zin, wijzer in het licht van de situatie die we doormaken. Ik weet dat uiteindelijk het goede over het kwade zegeviert. De bommen zullen voorbijgaan. Maar het woord van God blijft.”

Zijn zus Rita, die werkt in een centrum voor kinderen met speciale onderwijsbehoeften, sluit zich bij hem aan. “Ik ben een jonge Libanese vrouw die elke dag worstelt om als christen te leven,” zegt ze. “Het is niet gemakkelijk om dit soort ervaringen te hebben in tijden van oorlog. Maar er is een aanwezigheid die mijn gedachten leidt en mijn geest kalmeert: Jezus.” Tijdens deze vastentijd komen de woorden van de heilige Paulus aan de Korinthiërs vaak in me op: “Want wij weten dat, als de aardse tent waarin wij wonen wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, een eeuwig huis in de hemel.” “Libanon is onze tent,” zegt Rita. “En misschien is de missie van elke jonge Libanees juist dit: blijven en het Libanon van morgen opbouwen. Want ik geloof dat ons land, het vaderland van zoveel heiligen, altijd een vruchtbaar land zal blijven.”