
Een aanwezigheid in de wereld die voortkomt uit het geloof: een bijdrage van don Giussani
Tijdens een gesprek met universiteitsstudenten van CL kreeg Giussani vragen over de aanwezigheid van katholieken in het culturele en politieke debat. Ook nu aktueel en cruciaal, afhangend van “het standpunt dat we innemen in onze opvatting van het geloof”Vraag: Naar aanleiding van de opmerking van zojuist over de politiek, binnen het bredere perspectief waar u het eerder over had, heb ik een vraag: waarom wordt de aanwezigheid van mensen uit de beweging binnen de Democrazia Cristiana zo tegengewerkt?
Giussani: We moeten ons bewust worden van de kern van de zaak, waardoor we ons zelfs door onze christelijke vrienden, misschien zelfs door bepaalde kerkelijke autoriteiten en vooral door de media als vuil behandeld voelen. Dit alles komt door het standpunt dat we innemen in onze opvatting van het geloof.
Pardon, hebben jullie ooit horen spreken over een zeker kerkelijk congres met de titel ‘Evangelisatie en menselijke ontwikkeling’, [1] dat jaren geleden plaatsvond? Herinneren jullie je dat nog? De overheersende idee, het dominante cultuurtype bij de organisatoren van dat grote congres, die daarmee heel Italië hebben beïnvloed, werd gekenmerkt door een diepe scheiding tussen geloof en concreet leven, aards leven. Het geloof heeft betrekking op een eschatologische uitkomst die zal komen aan het einde, en onderweg, tijdens de reis door deze wereld, is het een volstrekt persoonlijke en subjectieve aangelegenheid. De wereldse werkelijkheid moet daarom worden benaderd door de factoren ervan te analyseren en de eigen dynamische wetten ervan te doorgronden. Het ideaal is daarom een beeld van het christendom dat, vanuit cultureel, sociaal en politiek oogpunt, niet zichtbaar is en ook niet zichtbaar mag zijn, omdat het een persoonlijke aangelegenheid is! Om een term te gebruiken die verwijst naar het joodse volk: het christendom moet leven in een anonieme diaspora. Het christendom bevindt zich in het bewustzijn van de gelovigen. De enige uitdrukkelijke en zichtbare realiteit moet de eredienst zijn, geleid door het gezag. Een ander zichtbaar resultaat kan het voorbeeld zijn dat christenen geven in het fenomeen van het vrijwilligerswerk; de vrijwillige hulp aan de allerlaatsten, dat wil zeggen aan gehandicapten van allerlei aard en aan de armen (met uitzondering van de daklozen, die niet in aanmerking worden genomen). De cultuur, het sociale leven in al zijn facetten (inclusief het gezin) en het politieke leven hebben niets met het geloof te maken. Of je zou kunnen zeggen dat het geloof er alleen indirect mee te maken heeft, in die zin dat er waarden zijn die ook het geloof erkent en die menselijkerwijs noodzakelijk zijn voor een evenwichtig sociaal leven en een politiek leven dat niet tot wanhoop drijft.
Uitstekend. Bepaalde katholieken hebben deze visie, die hun de afgelopen vijftien jaar is bijgebracht door zekere jezuïeten, de Lega Democratica, de Laureati Cattolici en de Katholieke Actie. En ze hebben volkomen gelijk dat ze dit verdedigen, begrijp je wat ik bedoel? Het enige is dat er anderen zijn die hierover andere ideeën hebben en die, net als zij, het recht hebben om te leven. Het lijkt er echter op dat zij dit recht niet hebben, omdat het hebben van een andere mening wordt beschouwd als een factor van verdeeldheid onder de christenen. De idee is deze: als men gelooft in Jezus Christus, in de onfeilbaarheid van de paus, in het leergezag en in de sacramenten, enzovoort, als men de morele wetten aanvaardt, waarom zou er dan nog iets aan moeten worden toegevoegd, waarom zou je je moeten onderscheiden? Uitstekend! Voor ons daarentegen heeft het feit dat God mens is geworden betrekking op de totaliteit van het menselijke, van het menselijke subject. De doop is een nieuwe geboorte, zegt het Evangelie, de geboorte van een nieuwe mens. [2] Maar hoezo, in welke zin? Het punt is dat er vanuit de doop een begrip van de dingen ontstaat, een affectie voor de dingen en een daadkracht die op de een of andere manier anders in beweging brengt, op de een of andere manier sporen nalaat. In dit geval, als iemand spreekt over het gezin of over vrijheid en opvoeding, ziet hij dingen, houdt hij van dingen, verdedigt hij dingen waar anderen niets om geven, die anderen niet zien. Als mijn subject door de ontmoeting met Christus in de doop nieuw gemaakt is, omdat ik deel gemaakt ben van het mysterie van Zijn lichaam, dan kan ik niet anders dan een andere visie hebben; dat wil zeggen, ik kan niet anders dan een visie op de dingen, een gevoel voor de werkelijkheid en een omgang met de werkelijkheid hebben die op de een of andere manier anders moeten zijn. Het is wat we gisteren zeiden: het geloof wordt de vorm van het subject. Het is een ander schepsel, waardoor de begrippen – het begrip zekerheid, zekerheid van de waarheid, gratuïteit van de liefde, gerechtigheid, enzovoort – op een andere manier worden waargenomen, gecultiveerd en bevorderd.
In deze zin doe je er nooit – nooit! – verkeerd aan trouw, aandachtig en volgzaam te blijven jegens onze geschiedenis en de werkelijkheid die haar leidt. Je gehechtheid aan een eigen gedachte of mening boven deze trouw stellen is altijd gedoemd tot mislukking
Voor ons gaat Christus de wereld binnen door de mensen te verenigen die Hij in het doopsel laat verrijzen. En deze eenheid is het begin van de nieuwe wereld. In deze eenheid ligt de bron van een bevrijding die, zoals ik al zei, al in deze wereld haar dageraad beleeft: het verblijven in deze eenheid maakt het gezin beter, maakt de genegenheid beter, maakt het werk beter, maakt het zoeken naar de waarheid beter, maakt de dingen beter, reeds in deze wereld.
Het is dus het tegenovergestelde van wat eerder gezegd werd: geen anonieme diaspora, maar een duidelijke persoonlijke identiteit die zich laat zien in en geschraagd wordt door de duidelijke identiteit van de eenheid. Als de samenleving de verkondigde eenheid van de christenen als een aanval op zichzelf ervaart, dan is dat omdat zij ons wil verpletteren. Het is geen reactie ingegeven door vrijheid, maar door liefde voor de macht. De vrijheid moet allen zich laten ontwikkelen en laten handelen volgens de totaliteit van hun geweten. En voor ons maakt het doopsel ons tot één, eis, zoals sint Paulus het zei, tot één persoon. Zozeer zelfs dat sint Paulus op twee plaatsen zegt: ‘Weten jullie niet dat jullie elkaars ledematen zijn?’ [3] Onze hele moraal vloeit hieruit voort, uit dit toebehoren. Daarin wordt de natuurlijke moraal zowel bevestigd als ruimschoots overtroffen en vervolmaakt. Daarom zijn we het niet eens met bepaalde jezuïeten of met veel geestelijken die zeggen: ‘Het doel van de Kerk en van de christenen is het ondersteunen van de gemeenschappelijke waarden (gemeenschappelijk voor iedereen, van rechts tot links)’. Ten eerste zijn deze gemeenschappelijke waarden abstract. Ten tweede: wie stelt ze vast? En ten derde: waarden, ook menselijke, kunnen pas echt worden verwezenlijkt met de steun van de genade van Christus, met de steun van het mysterie van de Kerk.
Hoe dan ook, ik wilde deze kwesties niet behandelen; ik wilde alleen maar zeggen dat de denkwijze die momenteel binnen de DC (Democrazia Cristiana) de overhand heeft, volledig aansluit bij het eerste standpunt en lijnrecht tegenover ons standpunt staat. Uitstekend, laten we ons dan engageren, laten we Il Sabato lezen, laten we Il Sabato steunen, ook al zijn we het met veel dingen misschien niet eens; laten we proberen ons bewustzijn van ons type cultuur en opvoeding te verdiepen; laten we proberen de realiteit van onze vriendschap te versterken, want we moeten verantwoording kunnen afleggen voor datgene waarin we geloven. De beschuldiging dat wij hiermee de eenheid van de christenen verdelen, wordt geuit door degenen die iedereen onder zich willen hebben, dat wil zeggen door degenen die een despotische opvatting hebben van hun eigen handelen.
In deze zin doe je er nooit – nooit! – verkeerd aan trouw, aandachtig en volgzaam te blijven jegens onze geschiedenis en de werkelijkheid die haar leidt. Je gehechtheid aan een eigen gedachte of mening boven deze trouw stellen is altijd gedoemd tot mislukking. Als er iets waars zit in je mening, zal dat vroeg of laat in de realiteit van de gemeenschap zijn weg vinden, want wij willen alleen maar de waarheid, wij willen Christus, wij willen niet onze eigen ideeën, wij willen de waarheid! Daarom is het altijd verkeerd en destructief om de voorkeur te geven aan je eigen mening boven de eenheid. Het nastreven van eenheid boven de eigen mening is altijd constructief, ook al duurt het drie maanden in plaats van één dag voordat, hypothetisch gesteld, iets waars dat we zeggen erkend wordt. Maar geduld is juist de kunst om het doel te bereiken en de finish te halen met behoud van alle ware factoren. Terwijl ongeduld, dat kenmerkend is voor zelfbevestiging, de dingen onmiddellijk wil en ze zo voor altijd kapotmaakt.
Dit geloofsstandpunt, dat zich ontwikkelt tot een culturele en ten slotte politieke houding, schenkt ons innerlijke rust en vreugde, met een gevoel van vervulling in het leven en van eenheid van onze persoon en van ons samenleven, onze vriendschap, dat we nergens anders vinden
Hoe dan ook, in een massa als de onze is er altijd – vooral onder de intellectuelen – de mogelijkheid om mensen te vinden die zich in het gelijk voelen tegen alles en iedereen. Wij volgen, pedagogisch gezien (en hier gaat het niet om onfeilbaarheid), naar analogie met wat Christus met de Kerk heeft gedaan, de weg, de koers die ons volk, geleid door wie het leidt, volgt. Als we iets waars in ons hart hebben, dat niet in aanmerking lijkt te worden genomen, zullen we het met liefde en broederschap, met geduld, blijven zeggen, totdat het in aanmerking wordt genomen, want het is onmogelijk dat het niet in aanmerking wordt genomen, vroeg of laat: ‘In uw geduld zult gij uw leven bezitten’. [4] Nu is het standpunt van Il Sabato, als een over het algemeen ‘cultureel’ standpunt, in veel opzichten exemplarisch voor ons standpunt, ook al hebben wij er geen controle over; Il Sabato is niet ons instrument, zoals Litterae communionis dat wel is, ons enige officiële instrument.
Ons standpunt heeft ook een politieke reflex vanwege een culturele visie die geworteld is in onze opvatting van het geloof. Godzijdank voelen we ons altijd op één lijn met de paus wanneer we hem horen spreken. Zozeer zelfs dat hij heeft kunnen zeggen: ‘Jullie manier om de menselijke problemen aan te pakken lijkt sterk op de mijne; sterker nog, het is dezelfde’.
Hoe dan ook, dit geloofsstandpunt, dat zich ontwikkelt tot een culturele en ten slotte politieke houding, schenkt ons innerlijke rust en vreugde, met een gevoel van vervulling in het leven en van eenheid van onze persoon en van ons samenleven, onze vriendschap, dat we nergens anders vinden. Laten we daarom God danken en trouw blijven.
Omdat we arme mensen zijn, strompelen we voort. We zullen de fouten die we maken van uur tot uur of van dag tot dag corrigeren. We corrigeren onze tekortkomingen terwijl we verdergaan. Dat is het meest levendige aspect van ons beeld van moraliteit: moraliteit is een spanning. Als iemand duizend keer valt, laat hij duizend keer weer opstaan en verdergaan. En zo wordt ook zijn kwaad een bron van ervaring, dat wil zeggen van volwassenheid. Als God het toestaat…! Wat geldt op moreel vlak, geldt voor heel onze opvoeding en levensopvatting. Hoe dan ook, we hebben het hele jaar de tijd om over deze dingen te discussiëren. Maar gezegend is hij die volgt. Volgen betekent niet afzien van iets dat men duidelijk ziet, maar datgene wat ons wordt aangewezen als werkhypothese nemen. Wat een weg hebben we in tien jaar afgelegd! Zij die hun eigen gedachten gevolgd hebben, hebben niets meer geleerd, en daarom zeg ik altijd, en zeg ik ook tegen jullie, dat ik nog nooit iemand uit ons gezelschap heb zien vertrekken die daar beter van geworden is. Als jullie een voorbeeld hebben, laat het me dan weten.
Referenties
[1] Verwezen wordt naar een kerkelijk congres dat van 30 oktober tot 4 november 1976 plaatsvond in Rome onder voorzitterschap van Antonio kardinaal Poma, destijds president van de Italiaanse Bisschoppenconferentie..
[2] Vgl. Joh 3,1-15.
[3] Vgl. Rom 12,5; Ef 4,25.
[4] Vgl. Lc 21,17.
(uit: L’io rinasce in un incontro, 1986–1987, BUR, Mailand 2010, pag. 421–426)
- L’io rinasce in un incontro 1 MBL’io rinasce in un incontro