
Don Giussani. De centrale plaats van de levende Christus
Mgr. Ennio Apeciti kende don Giussani en heeft de procedure voor zijn zaligverklaring gevolgd: "Hij liep vooruit op het concilie en bracht een grote vernieuwing in het leven van de Kerk". Uit het april nummer van Tracce“Zijn blik en zijn warmte. Dat zijn de eigenschappen die mij opvielen bij de twee gelegenheden waarbij ik don Giussani ontmoette. Ik voelde me onmiddellijk geliefd; er was een onmiddellijk en diepgaand begrip”, begint mgr. Ennio Apeciti, de diocesane officiaal van het aartsbisdom Milaan voor de zalig- en heiligverklaringsprocessen en de bisschoppelijke afgevaardigde voor het zaligverklaringsproces van de stichter van CL. Ik ontmoette hem in zijn kantoor in de Curie enkele dagen nadat aartsbisschop Mario Delpini, tijdens de herdenkingsmis voor Giussani in de Dom van Milaan, de afsluiting van de diocesane fase van het zaligverklaringsproces had aangekondigd. In een fractie van een seconde denk ik terug aan hoe vaak ik mensen heb horen zeggen: “Die blik! Niemand heeft ooit zo naar mij gekeken.” Een gesprek van bijna twee uur, waarin veertien jaar werk geleidelijk het karakter kreeg van een diepgaande ervaring die haar sporen heeft nagelaten. En zo hebben we die samen opnieuw beleefd.
Laten we beginnen met die vroege ontmoetingen.
In de jaren negentig kwam don Giussani getuigen in de zaligverklaring van de rector van de Katholieke Universiteit, Giuseppe Lazzati, en later, in 2000, in die van Paulus VI. Vooral de eerste getuigenis maakte grote indruk op mij. Ik had Lazzati ontmoet tijdens een bijeenkomst met ons seminaristen in Venegono. Bij die gelegenheid had hij zich zeer kritisch uitgelaten over don Giussani, hoewel ik alleen maar goede dingen over zijn werk had gehoord. En toch toonde Giussani tijdens onze ontmoeting een waardering en respect voor de rector die me verraste – een volkomen positieve houding, ook al wist hij dat ze verschillende standpunten innamen. Mijn gedachte was: dit is een groot man.
Dat was het eerste contactmoment. De kennismaking werd in 2012 verdiept met de opening van het zaligverklaringsproces.
Al in 2005, ten tijde van zijn overlijden, had ik dit verwacht, hoewel de canonieke termijnen natuurlijk moesten worden gerespecteerd vóór de officiële opening. Vanaf het allereerste begin beseften we het belang van de figuur die hij was, vanwege wat hij binnen de Kerk had teweeggebracht. Ik paste het criterium toe dat kardinaal Martini mij had bijgebracht: wij ondernemen niets op eigen initiatief; de Kerk reageert op de vox populi; het is onze taak om in te gaan op de wens van de mensen in de Kerk die het leergezag vragen deze figuur als voorbeeld te stellen. Voor mij is dit iets moois – een eensgezinde vox populi. Daarom zijn we al vóór 2012 begonnen met het bestuderen van het materiaal.
Zullen we zeggen,'een voorlopige ‘beoordeling’?
Er werd een onderzoek uitgevoerd om er zeker van te zijn dat er geen obstakels waren. Er werd advies ingewonnen bij twee theologen: een die verbonden was aan de Milanese Curie en een andere die banden had met de beweging. Het tachtig pagina’s tellende rapport was voor mij zeer bevrijdend, vooral het advies van de Ambrosiaanse confrater. De theologische vorming van don Giussani was Ambrosiaans, en in zijn denken kwamen inzichten naar voren op ecclesiologisch niveau – dat wil zeggen, met betrekking tot zijn visie op de Kerk – die vooruitliepen op het Tweede Vaticaans Concilie. In feite besefte hij al in de jaren vijftig dat er behoefte was aan een nieuwe manier om met jongeren om te gaan. Deze inzichten suggereren dat er iets profetisch in hem zat, in de diepste zin van het woord.
Hoe verliep het proces?
Er moest iemand binnen de beweging zijn om een formeel verzoek in te dienen. Ik herinner me de rijkdom en sereniteit van de gesprekken met don Julián Carrón, toenmalig voorzitter van de Fraterniteit van CL, die de verantwoordelijkheid op zich nam om deze weg aan de Ambrosiaanse Kerk aan te bieden. Hij stelde de figuur van Giussani voor ter verrijking van de hele Kerk. Hij was de vox populi. Op voorstel van kardinaal Angelo Scola benoemde don Carrón vervolgens professor Chiara Minelli tot postulator van de zaak, met wie onmiddellijk een sterke band werd opgebouwd. Op dat moment werden twee commissies opgericht – een historische en een theologische – en begon het verzamelen van documenten, puttend uit de archieven van de familie en de beweging, van de Memores Domini, evenals die van het seminarie, de Italiaanse Bisschoppenconferentie (CEI), de Dicasteries voor de Leken en de Geestelijkheid, en andere. Elke plaats in Italië en in het buitenland waar men dacht dat Giussani een spoor zou kunnen hebben achtergelaten. Er kwamen zelfs rapporten binnen uit Japan. Elk document werd onderzocht en gecatalogiseerd zodat we op elke mogelijke bezwaar konden reageren. We hebben het hier over een werkvolume dat – volgens een ruwe schatting – meer dan 50.000 pagina’s omvat. Voor mij was het lezen van zoveel documenten een kans om een man te leren kennen met een unieke passie en liefde voor Christus. Hij wist werkelijk hoe hij het hart van elke persoon moest verwelkomen en begrijpen. En dat is precies wat we in de getuigenissen aantroffen.
Dit brengt ons bij 9 mei 2024, het feest van Hemelvaart, toen de getuigenisfase van start ging.
Aan de hand van anekdotes, gesprekken en feiten legden mensen getuigenis af over zijn reputatie van heiligheid, waarmee ze bevestigden of aanvulden wat de documentatie al had aangetoond.
Niet alleen degenen die hem persoonlijk kenden, zoals u al zei.
Precies, zelfs jonge mensen die hebben bevestigd dat Giussani hen een voorbeeldig pad van getuigenis heeft getoond. Ik herinner me een paar zinnen: “De ramen van mijn leven zijn geopend”, “Het religieuze zintuig heeft mijn leven veranderd.” Hij was in staat jonge mensen te inspireren, en zijn voorbeeld heeft de tand des tijds doorstaan. Een van deze getuigenissen is mij bijzonder na aan het hart blijven liggen.
Wilt u die delen?
Ik was in Kazachstan met bisschop Adelio Dell’Oro van Karaganda om een zaligverklaring te volgen. Op een avond vertelde een jonge priester me dat hij via enkele leden van de gemeenschap in aanraking was gekomen met de beweging. “Ik heb alles te danken aan don Giussani: hij was een licht dat me een uniek gevoel van vervulling, vreugde en enthousiasme gaf. Ik ontdekte dat het leven mooi is als het wordt gegeven. Bovendien heeft hij mijn leven letterlijk gered.” Hij legde me uit dat hij vanwege het regime een paar keer voor zijn leven had gevreesd: “Ik bad tot don Giussani en hij beschermde me – op onverklaarbare wijze is mij niets overkomen.” En we zijn niet in Italië, maar in het verre Kazachstan!
Op 14 mei wordt de diocesane fase officieel afgesloten in de basiliek van Sant’Ambrogio in Milaan. Alle documentatie zal naar Rome worden gestuurd. Hoe gaat het proces verder?
Eerst zal worden gecontroleerd of alles vanuit formeel oogpunt correct is verlopen. Vervolgens zal iemand worden aangesteld om de Positio te schrijven, dat wil zeggen een samenvattend verslag van alle documentatie, en tegelijkertijd zal de postulator worden benoemd die toezicht houdt op de juridische procedures. De Positio zal worden gelezen en beoordeeld door een commissie van zes historici, en na hun goedkeuring zal deze worden beoordeeld door negen theologen. De uiteindelijke beslissing ligt bij een plenaire vergadering/commissie van bisschoppen en kardinalen. Deze drie beoordelingen worden vervolgens voorgelegd aan de paus die zal beslissen of hij hem eerbiedwaardig verklaart. Ons menselijk onderzoek is dan voltooid; daarna, zoals ik graag zeg, grijpt de vinger van God in: het wonder. Zelfs als er een fout zou zijn gemaakt, of iets wat we over het hoofd hebben gezien, is het God die beslist.
Wat heeft Giussani vandaag, in deze “verandering van tijdperken”, te zeggen tegen de Kerk, tegen de mannen en vrouwen van onze tijd?
De centrale plaats van de levende Christus. In die zin viel het me op dat Giussani de tegenwoordige tijd gebruikte in het Angelusgebed: “Het Woord is vlees geworden en woont onder ons.” De relevantie van Christus als een heden-gebeurtenis. Dit, zo kan ik zeggen, is de grote vernieuwing die hij in het leven van de Kerk heeft gebracht. Ik zou daar het besef van het wonder van deze gebeurtenis aan toevoegen.
In welke zin?
Door de huidige realiteit van de gebeurtenis van Christus te begrijpen wordt deze elke dag vernieuwd; het is een voortdurende ontdekking – ik zou zeggen, een positief avontuur. Geconfronteerd met het verdriet en de ontberingen van het leven is er een innerlijke kracht, een vreugde die ons beweegt: het is de christelijke vreugde die keer op keer naar voren is gekomen in de getuigenissen. Christenen zien dingen die niet werken en worden boos, maar teleurstelling is niet het laatste woord. Laat me een voorbeeld nemen uit het leven van Giussani zelf. In 1981, na de negatieve uitkomst van het abortusreferendum, zeiden mensen: laten we opnieuw beginnen bij 32 – het percentage van degenen die hadden gestemd voor intrekking van de wet. Giussani bevestigde daarentegen: “We beginnen opnieuw bij de Ene, Christus.” En dat is wat paus Leo XIV in deze tragische dagen herhaalt: keer terug naar Hem. De heilige is een authentieke gelovige die ons vandaag de dag leert hoe we navolgers van Christus kunnen worden en hoe we vreugdevol kunnen zijn. De woorden van de heilige Augustinus drukken dit idee goed uit: “Si isti et istae, cur non ego?”, wat betekent: “Als deze mannen en vrouwen (het kunnen), waarom ik dan niet?”
De bisschop van Hippo bekeerde zich na zijn ontmoeting met de heilige Ambrosius. Don Giussani groeide op binnen de Ambrosiaanse Kerk. Hoe belangrijk was zijn ‘Ambrosiaanse identiteit’?
Dit is een van de aspecten die we tijdens ons onderzoek hebben onderzocht, omdat de Milanese parochiepriesters, vooral in het begin, niet positief stonden tegenover zijn benadering van het geloof voor jongeren; zij voerden aan dat deze hen van het parochieleven zou vervreemden. Toch zien we hier een kenmerk van de Ambrosiaanse stijl: aandacht voor jongeren. Het is geen toeval dat mgr. Montini, destijds aartsbisschop van Milaan, tegen hem zei: „Ik begrijp het niet, maar ga je gang.“ We herinneren ons dat de Pastorale Brief aan het Ambrosiaanse aartsbisdom voor de vastentijd van 1957 van de toekomstige paus Paulus VI de inspiratiebron was voor Giussani om Het religieuze zintuig te schrijven. Trouw en gehoorzaamheid aan de Kerk zijn de andere twee Ambrosiaanse kenmerken. Giussani heeft de Kerk nooit betwist maar hij bracht haar traditie aan het licht, zoals hij graag zei: “Ik heb nooit iets gesticht.” Trouw en gehoorzaamheid, creatief geïnterpreteerd, maakten hem al vanaf zijn seminariejaren tot een enthousiaste priester. “Mijn seminarie”, zei hij altijd.
Dus, mgr. Apeciti, we wachten nu op de procedure in Rome en op “de vinger van God”.
Naar mijn mening is het wonder er al.