De tentoonstelling over de martelaren van Algerije (© Tommaso Squicciarini)

Oxford Convergence 2026: Zaadjes van nieuwe hoop

Tijdens het laatste weekend van maart vond in Oxford de derde editie van de Oxford Convergence plaats. Een ruimte voor dialoog waar schoonheid en naastenliefde een manier werden om zonder wanhoop naar onze gebroken wereld te kijken
Maria Ubiali

De Oxford Convergence begon met een groep vrienden uit de Britse CL-gemeenschap die een diep verlangen deelden om al het mooie en goede in de samenleving waarin we leven te ontdekken en te delen, ondanks (of liever gezegd: juist binnen) al haar uitdagingen en gebrokenheid. Het doel was een ruimte te creëren voor een oprechte en creatieve dialoog tussen mensen met verschillende identiteiten maar vergelijkbare vragen, in lijn met de uitnodiging van paus Leo XIV om “dialoog te beschouwen als de meest effectieve benadering op elk niveau” en tegelijkertijd “te weten en lief te hebben wie we zijn, zodat we anderen met respect en openheid kunnen ontmoeten”.

Twee jaar geleden begonnen we met een gewaagde titel: kunnen we vandaag de dag zonder angst leven? Het jaar daarop behandelden we het thema van ware kameraadschap en eenzaamheid. De editie van dit jaar stond volledig in het teken van hoop – een hoop die crucialer is dan ooit in het licht van mondiale bedreigingen, de enorme en soms verontrustende vooruitgang van AI, oorlogen, geweld in onze wereld, vooral onder jongeren, en een steeds meer verscheurde en gepolariseerde samenleving.

Een beroemd citaat van J.R.R. Tolkien diende als rode draad door deze laatste editie van de Oxford Convergence: “De zaden van wat komen gaat, ontkiemen in stilte in een of andere vergeten hoek, terwijl iedereen naar Stalin of Hitler kijkt.” In een tijdperk dat gedomineerd wordt door algoritmen en statistieken die vaak slechts een gevoel van leegte beschrijven koos het evenement in Oxford ervoor om de blik juist te richten op die vergeten hoeken waar het leven opnieuw begint.

J.R.R. Tolkien: “De zaden van wat komen gaat, ontkiemen in stilte in een of andere vergeten hoek, terwijl iedereen naar Stalin of Hitler kijkt”

Het evenement opende met het panel ‘Geweldsmisdrijven en ondersteuning’, waar een heel ander perspectief naar voren kwam op jeugddelinquentie, die zo vaak louter als een tragische statistiek wordt behandeld. De oorsprong van dit panel was op zichzelf al een teken van hoe Convergence tot stand komt: het begon bijna bij toeval, aangewakkerd door een BBC-documentaire over criminaliteit met steekwapens in Londen en een daaropvolgend gesprek met een vriendin die onlangs de CL-gemeenschap in Londen had ontmoet, die in hetzelfde ziekenhuis werkt als de liefdadigheidsinstelling die in de documentaire te zien was. Ze nodigde haar collega’s uit en zij gingen op de uitnodiging in. Deze providentiële verbinding bracht degenen die in de frontlinie werken met de meest kwetsbare jongeren op het podium: arts prof. Martin Griffith, IC-verpleegkundige Katy Drillsma-Milgrom en Samir Khattab, maatschappelijk werker bij de St. Giles Trust in Londen. Zij getuigden dat het geheim van een andere weg inslaan niet ligt in het ‘afvinken van vakjes’, maar in een radicale zorg voor de persoon zelf, waarbij het leven en het volledige potentieel van elk individu achter de cijfers wordt erkend. Het is liefde, beleefd als een diepe aandacht voor het lot van de ander, die de enige kracht is die in staat is om echte hoop te wekken en de cyclus van geweld te doorbreken. Het is een unieke mix van nieuwsgierigheid, liefde en vasthoudendheid die Martin, Katy en Samir drijft om deze jongeren te ontmoeten op hun meest ‘bereikbare momenten’, waarbij ze hen benaderen met nederigheid en een onvermoeibare passie voor hun leven.

Deze zelfde radicale hoop werd onderzocht in het panel ‘Hope Where War Persists’, dat keek naar de schrijnende realiteit van een Midden-Oosten verscheurd door oorlog en vernietiging. In plaats van te verdwalen in geopolitieke discussies, richtten de sprekers zich op de ‘standvastige’ aard van hoop: geen vluchtige emotie, maar een hardnekkige aanwezigheid die in stand wordt gehouden door degenen die blijven bouwen en liefhebben te midden van de ruïnes. Giacomo Gentile vertelde over het werk van de Pro Terra Sancta Association en liet zien hoe de geest van de heilige Franciscus, die zoals bekend de frontlinies overstak om de sultan te ontmoeten, vandaag de dag nog steeds leeft. Hij sprak over een ervaring van dankbaarheid, schoonheid en vriendschap die zelfs nu nog de barricades weet te overschrijden. Voortbouwend hierop herinnerde Sir Stephen Bubb het publiek eraan dat de wereld niet verandert door het opleggen van beleid van bovenaf, maar ‘van onderaf’ door de kracht van het maatschappelijk middenveld; dat is de enige kracht die in staat is de werkelijkheid werkelijk te veranderen. Ten slotte hielp dr. Caesar Atuire de zaal dieper in te gaan op drie fundamentele concepten: hoop, conflict en solidariteit. Hij daagde ons uit om in te zien dat dit niet slechts abstracte termen zijn; ze moeten in het leven tastbaar worden om ware betekenis te krijgen. Het werd duidelijk dat zelfs in de donkerste loopgraven het menselijk hart de eerste plek blijft waar vrede kan beginnen.

De paneldiscussie ‘Hope Where War Persists’ (© Tommaso Squicciarini)

De vraag wat het betekent om mens te zijn, werd verder uitgediept tijdens twee tot nadenken stemmende paneldiscussies over de opkomst van kunstmatige intelligentie. In ‘AI en onderwijs’ ging de discussie verder dan de technische aspecten van het klaslokaal en richtte zich op de mens als middelpunt van het leerproces. Sir Anthony Seldon benadrukte dat AI weliswaar informatie kan verstrekken maar niet de essentiële onderwijsrelatie kan vervangen: de ontmoeting tussen docent en leerling die echte groei teweegbrengt.

Dit werd herhaald in het panel ‘De menselijke vraag en AI’, waar de focus verschoof naar onze fundamentele identiteit. In een tijdperk waarin machines intelligentie kunnen simuleren daagde Matthew H. Sanders het publiek uit om te herontdekken wat uniek van ons is: het vermogen tot verwondering, de zoektocht naar betekenis en de vrijheid van het hart. AI moet niet worden gezien als een vervanging voor menselijke aanwezigheid maar als een hulpmiddel dat, wanneer het bewust wordt gebruikt, ons juist dwingt om menselijker te zijn, waardoor ons bewustzijn van onze eigen verlangens en het mysterie van wie we zijn, wordt verdiept.



Dit besef van onze menselijke uniciteit leidde vanzelf tot een reflectie op hoe we met elkaar omgaan. De kunst van communicatie werd op de proef gesteld in het panel ‘Overtuiging: het cultiveren van redelijke overtuiging in een verscheurde wereld’. In een wereld die steeds meer gepolariseerd en luidruchtig is leidde dr. Rudi Palmieri een discussie die draaide om hoe we elkaar echt kunnen bereiken ondanks onze verschillen. Prof. Andrea Rocci stelde dat overtuiging niet gaat over manipulatie of het winnen van een discussie, maar over een uitnodiging tot een gedeelde waarheid. In navolging van Aristoteles betoogde hij dat het de waarheid is die in onze woorden tot uiting komt die de ander langzaam voor zich wint, in plaats van onze dialectiek of een verlangen naar macht. Het is een werk van vrijheid dat van ons vraagt de ander niet als tegenstander te zien, maar als reisgenoot op weg naar een gemeenschappelijke horizon. Penny Roche, een lerares Engels in Cambridge, liet zien hoe cruciaal dit is in het onderwijs: het doel is om kritisch denken bij jonge leerlingen aan te wakkeren door middel van een dialoog waarin ze vrij zijn om zichzelf te zijn, terwijl ze tegelijkertijd vrij zijn om uitgedaagd te worden.

Dezezelfde openheid naar de ander maakte een diepgaande verschuiving in perspectief mogelijk tijdens het panel gewijd aan Afrika, geleid door Daisy Moraa. Te vaak wordt het continent bekeken door de beperkte lens van crisis, armoede of geopolitieke concurrentie. De sprekers, prof. Sam Kamuriwo, Isabella Tenai en David Villa-Clarke, daagden dit verhaal echter uit en nodigden ons uit om Afrika niet te zien als een probleem dat moet worden opgelost, maar als een levendige realiteit vol leven, eigen inbreng en spirituele rijkdom. De ontmoeting bracht het publiek van een houding van hulpverlening naar een houding van leren, waardoor onze blik verschoof naar het erkennen van het immense menselijke potentieel van het continent en de unieke bijdragen die het levert aan het mondiale gesprek.

Tussen deze reeks intensieve en tot nadenken stemmende panels door vond er een originele uitvoering plaats van een muzikale bewerking van T.S. Eliots gedicht The Rock, evenals drie tentoonstellingen met vrijwilligers die rondleidingen verzorgden voor bezoekers, waaronder kinderen en tieners.

In veel opzichten belichaamde de uitverkochte voorstelling op zaterdagavond perfect de culturele benadering die we bij Convergence nastreven en willen delen. Het was een originele bewerking van T.S. Eliots Choruses from The Rock, geregisseerd door Jared McNeill, met muziek van Claudio Scarabottini en een koor van Oxford-studenten onder leiding van Ming Wilson. The Rock is een toneelstuk dat in 1934 voor het eerst in Londen werd opgevoerd, geschreven door Eliot op verzoek van zijn anglicaanse bisdom ter ondersteuning van een project om nieuwe kerken te bouwen in de noordelijke buitenwijken van de stad. De tekst stelt de opbouw van de Kerk centraal, opgevat als een onophoudelijke herschepping van iets nieuws – een reconstructie in plaats van een restauratie, in continuïteit met de traditie en toch belichaamd in steeds nieuwe historische omstandigheden. De voorstelling zelf deed de oorspronkelijke geest van de tekst herleven en vernieuwen, door trouw aan Eliots bewoordingen te combineren met vrije bewerking en inventiviteit, en deze te integreren in een gedurfde, moderne muzikale taal, die het publiek zowel verward als verfrist achterliet. Zodra de adembenemende voorstelling voorbij was merkte een alumnus van het College die aan Convergence had deelgenomen op: “De kerk is jong en levend!”

Jared McNeill in ‘Choruses from The Rock’ (© Tommaso Squicciarini)

De tentoonstellingen gaven een levendig beeld van het thema hoop. Een van onze vrienden die de tentoonstelling over Franz en Franziska Jägerstätter presenteerde, schreef dat het eenvoudige maar buitengewone leven van Franz, zijn liefde voor Franziska en de manier waarop deze band hen door de moeilijkste momenten heen hielp, niet alleen de bezoekers maar ook de presentatoren zelf raakte. Het was een krachtig voorbeeld van echtelijke liefde geleefd in geloof.

Ook de tentoonstelling ‘The Certainty of Newman: Conscience and Reality’ bood de gelegenheid om kennis te maken met een grootheid op het gebied van het geloof, namelijk kardinaal John Henry Newman. Zijn drie bekeringen – tot God, tot de werkelijkheid en tot de Kerk – zorgden ervoor dat iedereen zich nog sterker bewust werd van het menselijke verlangen naar waarheid.

Dit vond een verdere weerklank in de tentoonstelling over de martelaren van Algerije. Het idee om de tentoonstelling in Oxford te presenteren kwam voort uit een gedeelde vraag: is er, in een wereld verscheurd door oorlog en geweld – waarbij we vooral aan Gaza denken, en later ook aan Iran – ergens, op de een of andere manier, een belofte van vrede? Is er iets wat we kunnen doen? Het getuigenis van de 19 (+1) martelaren bleek zeer tot nadenken stemmend. Hoe kunnen we begrijpen dat onze offers iemand anders ten goede kunnen komen, misschien ver weg, of gewoon de persoon die voor mij staat? Zoals bisschop Pierre Claverie, een van de 19 martelaren, zei: “We hebben geen macht, maar we zijn er aan het bed van een zieke vriend, een zieke broeder, in stilte, zijn hand vasthoudend, zijn voorhoofd afvegend. Vanwege Jezus – omdat Hij het is die daar lijdt, in dit geweld dat niemand spaart, opnieuw gekruisigd in het vlees van duizenden onschuldigen. Net als Maria, net als de heilige Johannes, zijn we daar aan de voet van het kruis waar Jezus sterft, verlaten door de zijnen, bespot door de menigte. Is het niet essentieel voor een christen om daar te zijn, op plaatsen van lijden, op plaatsen van verlatenheid en verwoesting?” Voor de vrienden die de tentoonstelling presenteerden werd dit het begin van een reis. Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling ontmoetten ze zuster Lourdes, een zuster die die periode van geweld in Algerije had overleefd. Haar vreugde, enthousiasme en realisme spraken hen rechtstreeks aan. Zoals een van hen zei: “Ik voelde me gedwongen om me goed voor te bereiden, om deze buitengewone realiteit over te brengen als iets dat mij ook aangaat.” De tentoonstelling wekte grote belangstelling en velen spraken hun dankbaarheid uit voor het feit dat ze kennis hadden gemaakt met deze kostbare en ontroerende verhalen.

“De eigen menselijke zoektocht naar vervulling is geen eenzaam pad, maar een pad dat wordt geleid door een ‘Vriendelijk Licht’ dat zich in het alledaagse openbaart”

Convergence vond niet alleen plaats in de paneldiscussies en op de tentoonstellingen; het gebeurde in de persoonlijke gesprekken waar iets onverwachts plaatsvond. Er waren mensen, zoals een arts die elk jaar terugkeert, die hun dankbaarheid uitten omdat Convergence niet alleen analyse biedt, maar “wijst naar een pad dat naar hoop leidt”. Voor een van de sprekers was de voorbereiding van het evenement een persoonlijk keerpunt: na vele jaren waarin een deken van cynisme haar blik vertroebelde, voelde ze zich opnieuw door Christus bij haar naam geroepen. Voor velen opende het weekend iets nieuws in hun leven. Het verlangen om die verbinding levend te houden, om de goede sfeer niet te laten vervagen, is het teken van een ontmoeting die de diepste snaren van het hart heeft geraakt.

Er had geen betere afsluiting van de reeks panels kunnen zijn dan de discussie over John Henry Newman: ‘Drawing Maps of New Hope’. Samen onderzochten prof. Michael Hurley, dr. Rebekah Lamb en dr. Paul Shrimpton hoe Newmans leven ook vandaag de dag nog een kompas voor ons is. Ze illustreerden dat Newman een man was die nooit genoegen nam met gemakkelijke antwoorden maar in plaats daarvan zijn geweten voortdurend liet aanscherpen door de realiteit. De sprekers benadrukten dat hoop voor Newman geen vaag gevoel is maar iets dat in kaart wordt gebracht door middel van een reeks concrete stappen. Door zijn reis te volgen werd het publiek eraan herinnerd dat onze eigen menselijke zoektocht naar vervulling geen eenzaam pad is maar een pad dat wordt geleid door een ‘vriendelijk licht’ dat zich in het dagelijks leven openbaart. Dit panel vatte de geest van het weekend perfect samen: dat hoop een tastbare kaart voor ons leven wordt wanneer we moedig genoeg zijn om de waarheid te volgen, waar die ons ook naartoe leidt.

Voor velen werd de reis naar huis gekenmerkt door een gemengd gevoel: de weemoed van het verlaten van een plek van vrijgevigheid, en een hernieuwd verlangen om ons met meer passie in te zetten voor ons werk en het dagelijks leven. Aan het einde van deze dagen in Oxford blijft het besef over dat, ondanks de gebrokenheid en de duisternis van onze tijd, Schoonheid nog steeds de kracht heeft om de wereld te redden. Niet als een abstract idee, maar als een Schoonheid die een precieze ‘woonplaats’ heeft, bestaande uit gezichten, verhalen en een dankbaarheid die verandert in een hartstochtelijke liefde voor de werkelijkheid. Deze Schoonheid is, zoals een componist die aan de bijeenkomst deelnam zei, zo meeslepend dat ze hem met verwondering vervult en hem doet vragen waar ze vandaan komt. Zoals een van de deelnemers schreef: “De zaadjes van nieuwe hoop ontkiemen al.”

De opnames van de Convergence-lezingen zijn te zien op YouTube