De homilie van de aartsbisschop van Milaan (© Fraternità CL/Giovanni Dinatolo)

“Don Giussani, een geschiedenis van genade”

De homilie van aartsbisschop Mario Delpini van Milaan ter afsluiting van de diocesane fase voor de zaligverklaring van de Dienaar Gods, don Luigi Giussani
Mario Delpini *

Het eerste wat ik op deze Hemelvaartsdag wil zeggen is dit: laten we ‘vervuld zijn van vreugde’. Het evangelie van vandaag bevat deze ervaring van vreugde; en ik denk dat het vandaag, voor jullie allemaal en voor al diegenen die, zelfs van veraf, dit moment volgen, een moment van vreugde moet zijn: de vreugde die voortkomt uit de ervaring van genade. En ik wil graag de drie bijzondere redenen noemen voor deze genade die vreugde in ons teweegbrengt.

Een eerste reden voor vreugde is dat we don Luigi Giussani erkennen als een man van God – dat wil zeggen, een priester die door zijn leven, zijn woorden en zijn charisma anderen heeft geleid naar de ontmoeting met Christus. Dit is het grootste geschenk dat aan mgr. Giussani is gegeven en dat, via hem, is gegeven aan al diegenen die deze weg hebben bewandeld: de vreugde van de ontmoeting met God, een man van God die, door zijn leven, anderen hielp God te ontmoeten; de vreugde om deze gebeurtenis die deze erkenning van de missie van mgr. Giussani vernieuwt.

Een tweede reden voor vreugde en genade is de vreugde van ‘zich één voelen met de Kerk’, van zich deel voelen van deze Kerk. Het proces dat hier vandaag wordt afgesloten is deze verklaring: de Kerk van Milaan heeft erkend dat deze zaligverklaring aan het hoogste oordeel kan worden toevertrouwd. Hoeveel werk heeft dit wel niet gekost van degenen die verantwoordelijk waren voor het proces! En hoeveel werk en hoeveel mensen hebben ervoor gekozen hieraan mee te werken! Maar nu presenteren deze individuele personen zich als een gemeenschap, als een volk dat de gift erkent die don Luigi Giussani was. Daarom komt de vreugde voort uit het deel uitmaken van de Kerk, uit dit ‘gevoel’, uit het delen in de gevoelens van de Kerk. Het is de vreugde en dankbaarheid voor deze reis die leidt tot deze beslissende en, in zekere zin, afsluitende stap.

Een derde bron van genade die we hier opnieuw mogen beleven is de erkenning van die geschiedenis waarin we, door het charisma van don Giussani, de protagonisten zijn geweest. Door het charisma van don Giussani hebben veel mensen van alle leeftijden en uit alle landen een boodschap herkend die tot hen gericht was, een boodschap die diep in hun menselijkheid een opening van horizonten teweegbracht die hun hart heeft verruimd. Hier is dus een geschiedenis die is begonnen, zowel voor ieder van jullie als voor vele anderen in verschillende delen van de wereld, en waarvoor de ontmoeting met don Giussani het uitgangspunt was. Veel mensen hebben tegen mij gezegd: “Mijn geschiedenis, mijn inzet, mijn roepingskeuze, de verantwoordelijkheden die ik op me heb genomen, vloeien voort uit dit begin.” En zo wordt gezegd dat deze geschiedenis één enkele oorsprong heeft, dat er een beginpunt is waarin allen die tot de beweging behoren zichzelf herkennen. De erkenning van die ene oorsprong stelt ons in staat ons te verheugen in een gemeenschap die steeds sterker wordt, om ‘één lichaam en één ziel’ te zijn; en het is bijna een bevestiging geworden van de waarheid van de reis die met don Giussani begon.

Dit zijn de drie genaden die ons daarom met vreugde vervullen en ons ertoe brengen onze dankbaarheid te bezingen: Giussani als man van God; Giussani erkend door de Kerk als man van de Kerk, die een Dienaar van God is en die het verdient om aan het hoogste oordeel te worden onderworpen; Giussani als de oorsprong van een geschiedenis waarin iedereen zijn wortels herkent.

Deze viering, en alles wat dit moment omringt, moet ons ook helpen waakzaam te blijven tegen bepaalde verleidingen die kunnen opkomen. De eerste verleiding zou die van ‘toevluchtsoord’ kunnen zijn – dat wil zeggen, zoveel belang hechten aan mgr. Giussani dat we niet verder gaan dan hem, dat we ons niet naar God bewegen. Belang, genegenheid en dankbaarheid dreigen Giussani soms tot het einddoel te maken. In plaats daarvan was, moet en kan Giussani een uitnodiging zijn om verder te gaan, om naar God toe te gaan: een man van God.

Een andere verleiding die kan opkomen is Giussani als een ‘schat’ te beschouwen, waardoor zijn omvangrijke oeuvre uiteindelijk een soort onuitputtelijke mijn wordt waaruit men voortdurend citaten of verwijzingen kan putten. Maar door Giussani’s werk als een schat te behandelen, verandert het bijna in een ‘ding’, een verzameling ‘dingen’, van objecten, van ‘vaste’ dingen; terwijl de frisheid ervoor zorgt dat Giussani’s werk een bron moet zijn, geen verzameling artefacten om op terug te vallen: een frisheid die de aarde en het hart, de beweging en al degenen die zij ontmoeten, moet blijven bevruchten.

De derde verleiding zou die van het triomfalisme kunnen zijn – die houding waarbij men het risico loopt de aandacht op zichzelf te vestigen en te zeggen: „Kijk eens hoe goed we zijn, kijk eens hoe talrijk we zijn, kijk eens naar al het goede dat we hebben gedaan.” In plaats daarvan lijkt het mij dat de roeping waarmee de Heer ons roept niet is om de aandacht op onszelf, op de beweging of op haar prestaties te vestigen; maar veeleer, door alles wat de beweging is en alles wat haar prestaties te bieden hebben, een geschenk te zijn – een geschenk voor de Kerk, een geschenk voor de samenleving, een geschenk voor het heden, een geschenk voor de toekomst.

Laten we dus, terwijl we dit feest van Hemelvaart vieren, waakzaam blijven tegen de verleiding om don Giussani tot een ‘toevluchtsoord’, een ‘schat’ of een bron van trots te maken. Laten we hier in plaats daarvan zijn om God te danken omdat Giussani een man van God was, omdat Giussani een man van de Kerk was, die de Kerk vandaag erkent als een Dienaar Gods, en om van elk van onze levens een geschiedenis van genade te maken.

(vertaalde) transcriptie niet nagekeken door de auteur

* Mgr. Mario Delpini is aartsbisschop van Milaan