(© Unsplash/atelierbyvineeth)

Russia Cristiana. Over Christus spreken in tijden van oorlog

Tijdens het jaarlijkse internationale congres van Russia Cristiana werd afstand genomen van het toenemende religieuze misbruik van conflicten. Met een grote bondgenoot: het gedachtegoed en het getuigenis van paus Leo XIV
Adriano Dell’Asta *

Bij de presentatie van het congres van Russia Christiana “Over Christus spreken in tijden van oorlog” (dat plaatsvond in Seriate, in de provincie Bergamo, van 8 tot 10 mei jl., met een twintigtal sprekers uit 14 verschillende landen) hebben we eraan herinnerd dat we een “derde wereldoorlog in stukjes” doormaken; de ernst van deze situatie is nog groter gebleken sinds men zelfs is gaan spreken van een ‘heilige oorlog’, waarbij het heilig verklaren van oorlog inmiddels niet alleen gebruikelijk is in radicale islamitische kringen maar ook bij grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland en Israël. Er is veel kritiek geuit op deze ontwikkeling, en Leo XIV heeft benadrukt dat, ondanks elke vorm van religieuze instrumentalisering, de Heer niet luistert naar de gebeden van hen wier handen ‘van bloed druipen’ (Jes 1, 15).

Toch laat deze houding zich niet corrigeren, verspreidt ze zich zelfs steeds meer en verergert ze bij degenen die op zoek zijn naar spectaculaire militaire oplossingen, die niet alleen nergens toe leiden, maar zelfs meer schade aanrichten dan er al is aangericht (denk maar aan Iran of Gaza).

Geconfronteerd met deze schijnbaar uitzichtloze vicieuze cirkel werden tijdens het congres heel andere ervaringen verteld: allereerst die van degenen die deze ‘oorlog in stukjes’ proberen te bestrijden met een ‘vrede in stukjes’, een mogelijk perspectief, zo vertelde pater Volodymyr Misterman (een Oekraïense Grieks-katholieke priester), waarbij een vader zijn kinderen omhelst die huilen onder een bombardement en zij, gerustgesteld door een gebaar van liefde, ophouden met huilen. En Hussam Abu Sini, een Palestijn die in Haifa woont en werkt, herinnerde juist aan het belang van het hebben en voelen van de liefde van een vader, een liefde die in het hart van mensen doordringt en hen openstelt voor een ander perspectief dan dat van eenzaamheid en haat. Van hart tot hart kan men de wereld werkelijk veranderen.



En men moet niet denken dat het hier slechts om een persoonlijk of sentimenteel standpunt gaat: vanuit Oekraïne heeft de apostolisch nuntius, monseigneur Visvaldas Kulbokas, als man van de Kerk en tegelijkertijd als diplomaat, herinnerend aan de waarde van het gebed, een diepgaande reflectie gepresenteerd over de noodzaak dat internationale organisaties hun werk weer gaan doen en hervormd worden waar ze duidelijke tekortkomingen vertonen. Bijvoorbeeld daar waar het vetorecht elke vredesinterventie van de Verenigde Naties onmogelijk maakt.

Naast deze getuigenissen was er ook ruimte voor theoretische beschouwingen, zoals die van Paolo Prosperi, die ons hielp inzicht te krijgen in de perverse, diep antichristelijke en anti-menselijke logica die ten grondslag ligt aan de heropleving van nationalistische messianismen, die de figuur van de verwachte Messias verdraaien en de kwestie van oorlog en vrede reduceren tot abstracte tegenstellingen. Hoewel het duidelijk is dat ‘Leo XIV nooit de bedoeling heeft gehad het recht van soevereine staten om hun eigen grenzen te verdedigen te betwisten’, moet het evenzeer duidelijk zijn dat ‘zijn discours zich op een ander niveau bevindt. De vraag die hij en wij stellen is: aan wiens kant staat God, en wie staat aan Zijn kant? En hij antwoordt: niet aan de kant van de agressor, zelfs als deze door goede bedoelingen wordt gemotiveerd’; aan degenen die vandaag de dag, net als in de tijd van Stalin, blijven vragen ‘hoeveel divisies heeft de paus?’, wordt het antwoord gegeven vanuit een volledig omgekeerd perspectief, allesbehalve 'de lieve vrede' of laf, het perspectief volgens welke ‘christelijke zachtmoedigheid geen zwakte is, noch het opgeven van de strijd voor de overwinning van het goede. Het is veeleer het volgen van 'De Koning - Het Lam’, die paradoxaal genoeg de krachten van het kwaad verslaat juist door zijn slachtofferschap om te zetten in een offer – dat wil zeggen, in een daad van opperste liefde – voor de verlossing van de wereld'.

Tijdens de conferentie kwamen ook historische en politieke kwesties aan bod, zoals Paolo Valvo’s uiteenzetting over de rol van De Gasperi bij het ontstaan van een nieuw Europa. Centraal in de discussie stond echter steeds de fundamentele vraag naar de zin van het menselijk leven en de bestemming van de mensheid in het licht van oorlog en in de omhelzing van Christus: heeft al dit lijden enige zin, en waar kan een christen van getuigen? Kan men werkelijk het geloof behouden, vroeg zuster Aziza heel direct. En kan de Kerk nalaten haar plicht te vervullen om de waarheid over de mensheid te spreken, nu zij bijna de enige is die dat nog kan doen, zoals journalist en Nobelprijswinnaar Muratov ons uitdaagde.

Christelijke zachtmoedigheid is geen zwakheid, noch het opgeven van de strijd, maar het navolgen van "De Koning - Het Lam", die zijn slachtofferschap omzet in een offer, dat wil zeggen in een daad van liefde voor de verlossing van de wereld

Een van de meest aangrijpende getuigenissen hier was die van pater Aleksej Uminskij, een priester uit Moskou die nu in Parijs woont nadat het patriarchaat van Constantinopel hem weer in het priesterschap heeft opgenomen, waarvan het patriarchaat van Moskou hem had uitgesloten omdat hij niet voor de overwinning had gebeden, maar voor vrede. In zijn toespraak gebruikte pater Aleksej de brieven die hij dagelijks ontvangt van gelovigen die niet meer kunnen biechten of de communie ontvangen omdat hun geweten zich niet kan verzoenen met de zegening van de oorlog die door de Kerk van Moskou is uitgesproken, en met een christendom dat zichzelf alleen maar kan opvatten als tegen iemand gericht. Het is een situatie, zo merkte hij op, waarin “de mens de hel in zijn hoofd draagt en dag na dag de hel in zijn hart laat binnendringen”, want hoe en van wie zou een christen redding kunnen verwachten daar waar de mens en zijn waardigheid systematisch worden ontkend door de Kerk zelf? Deze moeilijkheid is bijna onoverkomelijk, maar is niet het laatste woord. De mens – uiteindelijk ieder van ons – zei pater Aleksej, moet bereid zijn “af te dalen in die wereld waar mensen lijden, waar bloed wordt vergoten, waar de leugen heerst en lijkt te zegevieren” en daar, door te aanvaarden “bij hen te zijn die huilen” en door te aanvaarden “de pijn te delen die wordt gevoeld door hen die lijden onder de oorlogen”, Christus vinden en ophouden “de hel in zijn eigen geest te bewaren”.

Over Christus spreken in tijden van oorlog is dus mogelijk, daar waar de geest en het hart voortdurend op Hem gericht zijn, zoals blijkt uit het verslag van pater Ioann Guaita over de figuur van pater Aleksandr Men’, die in september 1990 als martelaar stierf juist vanwege zijn onvermoeibare en openhartige belijdenis van Christus, en vanwege zijn voortdurende verzet tegen elke vorm van macht die beweert in naam van God te spreken terwijl zij het leven van Zijn kinderen schendt. Pater Aleksandr had hierover gezegd: “Als het gezag verandert in onwettigheid is het geen gezag meer maar een karikatuur ervan, een sombere parodie, een groteske manifestatie van zichzelf.”

En christenen kunnen niet accepteren zich aan dergelijke parodieën te onderwerpen, zoals Jean François Thiry opmerkte, toen hij de balans opmaakte van een lange missionaire activiteit, eerst in Rusland en vervolgens in Syrië: “De christenen zijn opgesloten in een gouden kooi: in ruil voor politieke loyaliteit kregen ze bescherming die, achteraf gezien, sterk leek op gevangenschap: autonomie en bescherming in ruil voor politieke controle.”

Het is een perspectief waarin, los van elke politieke opportuniteit, in de eerste plaats de redenen van het geloof zelf verloren gaan en men zelfs niet meer kan uitleggen waarom men de vijand niet mag haten; een reden die daarentegen heel duidelijk weerklonk in de woorden van David Macek, directeur van de Meeting in Brno, die op zijn beurt een zin herhaalde die hij “zo vaak had gehoord van dissidenten en gevangenen van het communistische regime: ‘Jullie kunnen ons pijn doen, maar jullie zullen me nooit dwingen jullie te haten’”.

* Adriano Dell’Asta is voorzitter van Russia Cristiana