Paus Leo XIV wordt tijdens zijn apostolische reis naar Spanje toegejuicht door het Congres van Afgevaardigden in Madrid (© Ansa/Vatican Media)

Opkomen voor het leven, vrede en de meest kwetsbaren

De toespraak van de paus tot het Spaanse parlement. Leo XIV, de eerste paus die tijdens zijn apostolische reis naar Spanje een bezoek bracht aan het Congres van Afgevaardigden, kreeg bijna tien minuten lang applaus voor zijn toespraak
Leo XIV

Mijnheer de premier,
Mevrouw de voorzitter van het Congres van Afgevaardigden,
Mijnheer de voorzitter van de Senaat,
Mijnheer de president van het Constitutioneel Hof,
Mijnheer de president van het Hooggerechtshof en de Algemene Raad van de Rechtspraak,
Leden van het Congres van Afgevaardigden en de Senaat,


Dames en heren,
Ik dank de president voor haar vriendelijke woorden, alsook voor de uitnodiging die de Apostolische Stoel heeft ontvangen ter gelegenheid van mijn bezoek aan dit land. Ik ben ook dankbaar voor de hoffelijkheid om mij te mogen verwelkomen in dit historische Paleis van het Congres van Afgevaardigden, een prominent centrum van het institutionele, juridische en democratische leven van het Koninkrijk Spanje. Ik sta voor u als bisschop van Rome en herder van de katholieke kerk, mij ervan bewust dat de missie die is toevertrouwd aan de opvolger van de apostel Petrus, als beginsel en fundament van de eenheid van de bisschoppen en de gelovigen (Lumen Gentium, 23), de Heilige Stoel op een bijzondere manier in dialoog brengt met volkeren en staten.

Mijn aanwezigheid onder u is bedoeld als een gebaar van verbondenheid met Spanje, in het kader van wederzijdse samenwerking, en als een boodschap in de geest van dienstbaarheid aan de mens. De Kerk "wandelt zij aan zij met de mensheid", deelt haar hoop en haar wonden, luistert naar de vragen van elke tijd en laat zich uitdagen door "alles wat het leven van hedendaagse mannen en vrouwen betreft". Daarom respecteert de Kerk, wanneer zij zich uitspreekt over zaken die het openbare leven aangaan, de eigen missie van de instellingen en de rechtmatige verantwoordelijkheid van hen die de opdracht hebben gekregen om wetten te maken. Zij erkent "de autonomie van aardse werkelijkheid" en "het onderscheid tussen de kerkelijke gemeenschap en de politieke gemeenschap"; en juist vanuit dit besef biedt de Kerk een reflectie die voortkomt uit het verlangen om het algemeen belang te dienen en te herinneren aan wat het menselijk samenleven werkelijk menselijk maakt ( Magnifica Humanitas, 18, 19, 22).


Lees verder op rkdocumenten.nl.