
Rémi Brague. „De grote leugen over het levenseinde“
Een prominente katholieke intellectueel over de stemming over euthanasie in Frankrijk: „Europa heeft autonomie tot een absolute waarde verheven. Maar het leven is geen recht dat men kan uitoefenen, maar veeleer een geschenk dat men moet aanvaarden“Op 15 juli van dit jaar heeft de Franse Nationale Assemblee* een wet inzake het levenseinde aangenomen die voor het eerst in Frankrijk de mogelijkheid tot euthanasie opent. We spraken hierover met Rémi Brague, expert op het gebied van de ideeëngeschiedenis. Hij werd in 1947 in Parijs geboren, is getrouwd en heeft vier kinderen. Brague is emeritus hoogleraar middeleeuwse en Arabische filosofie aan de Sorbonne, voormalig houder van de Guardini-leerstoel voor godsdienstwetenschap en -geschiedenis aan de Universiteit van München en ontving in 2012 de Joseph Ratzinger-prijs voor theologie.
Meneer Brague, u hebt geschreven dat wetten nooit moreel neutraal zijn maar een samenleving vormgeven. Wat zegt een wet die euthanasie als antwoord op lijden erkent over onze beschaving?
De wet is aangenomen maar moet nog voor de Constitutionele Raad komen, die zowel door de premier als door de voorzitter van de Senaat met deze kwestie is belast – wat een uitzondering is. Ik maak me geen grote illusies. De economische belangen die hier op het spel staan zijn gigantisch: palliatieve zorg is aanzienlijk duurder dan een injectie. Het is niet verwonderlijk dat de zorgverzekeraars zich voor euthanasie hebben uitgesproken. Ik vind het weerzinwekkend dat men ons nu belooft dat alles door de wet „geregeld“ zal worden. Alsof de grenzen die ons waren beloofd voor abortus („er komt een noodzakelijke bedenktijd“) en vervolgens voor het „huwelijk“ tussen personen van hetzelfde geslacht (geen adopties enzovoort), niet binnen korte tijd overboord zouden zijn gegooid. Overigens hebben sommige voorstanders van deze „vooruitgang“ openlijk toegegeven dat ze over deze kwesties ronduit hebben gelogen. Nu wordt gezegd dat wat het levenseinde betreft het medisch personeel de „gewetensclausule“ zal krijgen. Heel goed. Maar de media zullen al snel een beroep doen op de emoties en artsen en verpleegkundigen die weigeren de „bevrijdende injectie“ toe te dienen afschilderen als sadistische beulen. Het uitvaardigen van een wet betekent veel meer dan het tolereren van een praktijk in uitzonderingsgevallen, want vaak verwarren mensen wat de wet toestaat met wat de moraal goedkeurt. Sommigen gaan tegenwoordig zelfs zo ver om te zeggen: „Het goede is wat de wet voorschrijft.“ Dat was het argument van de beklaagden tijdens het proces van Neurenberg. Een beschaving die euthanasie erkent doet dit omdat zij afstand doet van het leven, afstand doet van het genezen van de zieke en van het begeleiden van hem tot het einde. Verdient zij dan nog wel de benaming „beschaafd“?
Over beschaving gesproken: u hebt benadrukt dat de Europese beschaving voortkomt uit het idee dat de mens zijn bestaan als een geschenk ontvangt, nog vóór elke keuze. Maar wat blijft er van dit erfgoed over als vandaag de dag het idee de overhand heeft dat de mens beslist wanneer een leven de moeite waard is om geleefd te worden, en wanneer het beëindigd mag worden?
Dat het leven wordt ontvangen zonder dat men er zelf voor kan kiezen is een antropologisch, ja zelfs biologisch feit. Niemand heeft er ooit voor gekozen om geboren te worden. Dat het ons geschonken wordt door een welwillende kracht – de natuur of de Schepper – en niet zomaar wordt opgelegd door „die onbeschaafde of die schurk die de wereld heeft gemaakt”, zoals de dichter Alfred Housman zei, is een daad van geloof. Zonder dit geloof is, zoals Lévinas in Totaliteit en oneindigheid schreef, „de niet-gekozen en niet-kiesbare geboorte het grote drama van het hedendaagse denken“.
Voorstanders van legalisering van euthanasie beroepen zich vaak op het thema van de „waardigheid“ van de mens, op het „waardig“ sterven. Wat betekent het woord „waardigheid“ voor u?
Al enkele decennia lang is waardigheid het onderwerp van een brutale leugen: men verwart het met het vermogen tot zelfbeschikking, wat men autonomie noemt. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de vrijheid om zelf zijn handelingen te kiezen. Deze is echter beperkt en variabel: men is min of meer vrij in zijn handelen, min of meer intelligent, sterk, rijk, enzovoort. Als men de autonomie verliest zou men ook datgene moeten verliezen wat men ‘waardigheid’ noemt. Maar de menselijke waardigheid is ofwel alomvattend ofwel bestaat ze niet. Ze kent geen gradaties: men is niet meer of minder waardig. Om de oneindigheid van de waardigheid na te bootsen probeert men daarom de autonomie tot in het oneindige uit te breiden, tot aan de illusoire droom dat men kan kiezen wat men is. Een eerste stap in die richting ziet men bij degenen die geloven dat ze hun geslacht kunnen veranderen. Maar er is nog iets radicalers: aangezien we onszelf niet kunnen scheppen kunnen we onszelf tenminste vernietigen. Vandaar de fascinatie die zelfmoord op onze samenlevingen uitoefent, want zij vormt in zekere zin het hoogtepunt van de autonomie. Dat heb ik op ironische wijze aangetoond in mijn boek Ancres dans le ciel (Duitse uitgave: Anker im Himmel: Metaphysik als Fundament der Anthropologie, München 2018). Van het leven houden, strijden voor een rechtvaardig bestaan, betekent in wezen geloven dat het zijn goed is: de fundamentele metafysische vergelijking. Antoine de Rivarol schreef: „Elke staat is een mysterieus schip waarvan de ankers in de hemel liggen.“ De context van deze uitspraak speelt hier een ondergeschikte rol – in dit geval gaat het om de verdediging van het Ancien Régime en de legitimering van zijn religieuze grondslag. We overschrijden de grenzen van het politieke domein. En we durven te beweren: voor ieder mens liggen de ankers in de hemel. Daarboven moeten we zoeken naar wat ons voor de schipbreuk behoedt.
Dit houdt een veranderde kijk op de mens in …
Het volstaat inderdaad niet om een lid van de soort Homo sapiens ‘aan te kijken’ om in hem niet langer alleen een consument, een object van seksueel verlangen, een fokmerrie, een potentiële kiezer, kanonnenvoer enzovoort te zien. Er is een bijzondere blik voor nodig die in hem een persoon herkent die oneindig respect verdient. In de oudheid heeft het christendom onze blik verruimd. Het heeft ons ertoe gebracht om als volwaardig menselijk te erkennen wat de heidenen slechts als onvolledig of beperkt beschouwden: de foetus die mag worden geaborteerd, de pasgeborene die kan worden achtergelaten, de slaaf die mag worden uitgebuit of de vrouw die kan worden onderworpen. Vandaag de dag worden christenen opgeroepen om nog verder te gaan en te getuigen dat het mogelijk is de menselijke waardigheid ook bij comapatiënten of mensen met dementie ten volle te erkennen.
U hebt in verschillende bijdragen erop gewezen dat de moderne rede de neiging heeft zich te beperken tot het meetbare, terwijl morele kwesties worden teruggebracht tot individuele voorkeuren. Lijkt het debat over het levenseinde u een voorbeeld van deze beperking van de rede? Is het nog mogelijk om op rationele wijze te pleiten voor de waarde van elk menselijk leven?
Het was Max Planck die schreef: „Reëel is wat men kan meten.“ De natuurwetenschappen kunnen zich heel goed tevredenstellen met deze reductie. Het probleem daarbij is dat het gehele overige gebied van de menselijke ervaring, dus 99 procent daarvan – het dagelijks leven of het gezinsleven, het maatschappelijke en politieke leven – overgeleverd blijft aan de gevoelens en de meest dwaze hartstochten. Erger nog: zelfs de onbetwistbaarste wetenschappelijke bevindingen kunnen geen weerstand bieden aan de meest irrationele verlangens. De wetenschap leert ons dat de bevruchte eicel het volledige programma bevat dat nodig is voor de vorming van een mens, dat de foetus kan lijden, dat elke cel van ons lichaam een geslacht heeft, enzovoort. Maar luisteren we ernaar als dit alles tegen onze wensen ingaat?
Ook na de stemming hebben de Franse bisschoppen moedig het woord genomen om te bevestigen dat er een andere weg mogelijk is en dat euthanasie niet de enige oplossing is. Zij hebben geschreven dat „de religie, zoals het christendom die begrijpt, niet op cultureel niveau ingrijpt door specifieke normen op te leggen. Zij beperkt zich ertoe te zeggen dat het goed is dat de mens bestaat”. Als deze uitspraak vandaag de dag in het debat over het levenseinde niet meer als een algemeen erkende vanzelfsprekendheid geldt, welk getuigenis zijn christenen dan geroepen te geven?
Ik was zeer positief verrast door de verklaringen van onze bisschoppen. Ze hebben hun woorden niet, zoals soms gebeurt, teruggebracht tot wat algemeen aanvaard is om de gevestigde machten niet voor het hoofd te stoten. Daarvoor neem ik mijn petje af. Temeer omdat de bisschoppen – net als het christendom in zijn geheel overigens – geen particuliere belangen verdedigen, zoals veel leugenaars ons willen doen geloven, maar de menselijkheid van ieder individu. Het is nu eenmaal zo – en dat is een zeer interessant feit – dat inmiddels bijna alleen nog joden en christenen dit blijven doen. Het beste getuigenis is dat wat zich in het dagelijks leven concretiseert: trouw zijn in het huwelijk, kinderen verwelkomen, ze opvoeden, zieken verzorgen, stervenden begeleiden. Niets dan banaliteiten dus.
Professor Brague, als u vandaag terugkijkt op uw leven, heeft u dan de indruk dat deze overtuiging – dat het bestaan iets goeds is – in de loop van de tijd is versterkt of juist in twijfel is getrokken?
Persoonlijke vragen zijn een test van de waarheid. Ik nader mijn tachtigste verjaardag, wat volgens de Bijbel al een prestatie op zich is, zoals in Psalm 90 staat. Het is de leeftijd van de balans en van „had ik dat maar gedaan, had ik dat maar kunnen doen – vreselijke woorden”, zoals Bernanos schreef. Ik ben niet immuun voor spijt of berouw, noch voor die selectieve herinneringen die ons alleen laten piekeren over de gelegenheden waarin we ons belachelijk hebben gemaakt of in ieder geval onze plicht niet zijn nagekomen. Mijn grootste vreugde is echter dat ik heb laten zien dat het leven niet alleen de moeite waard is om geleefd te worden, maar – wat nog veel beter is – de moeite waard is om weg te geven. De geboorte van mijn vier kinderen was precies dat. Wat mij betreft heb ik slechts één enkele hoop: de barmhartigheid van God.
* Het Franse parlement had in mei 2025 de wet aangenomen die actieve euthanasie („Aide à mourir“) wettelijk regelt. De Nationale Assemblee keurde de hervorming goed, die ongeneeslijk zieke mensen onder strenge voorwaarden toegang geeft tot een dodelijk medicijn.