Traces, augustus 2026: de Paus, Dante en wij

Er is een allerhoogste Liefde die de wereld, het firmament, de schoonheid en de diepe vragen heeft geschapen, en die alles voortdurend in beweging houdt en alles tot Zichzelf trekt. Het is een Liefde die vlees is geworden en ook ons leven wil betrekken

"De Liefde die beweegt én zon én sterren" Deze slotregel uit Dante’s Divina Commedia, gekozen als titel voor de Rimini Meeting 2026, doet denken aan een ander onsterfelijk gedicht, „Canto notturno di un pastore errante dell'Asia [Nachtlied van een rondtrekkende herder in Azië]”: “Wat doe je daar in de hemel, o maan? Zeg, zwijgende maan, wat doe je daar?” Giacomo Leopardi keek naar de maan in plaats van naar de zon; hij zag de maan en haar zwakke schittering van weerkaatst licht in plaats van de ster die schittert met onstuitbare energie. Deze twee meesters van de menselijke ziel sloegen hun ogen op en waren verbaasd, zoals dat ons allen overkomt wanneer we gaan zitten om naar een zonsopgang, een zonsondergang of een sterrenhemel te kijken en worden overvallen door de behoefte om na te denken over de mysterieuze fascinatie die ons in haar greep houdt. Dit zijn momenten waarop je beseft dat alles goed is, ten goede dient, waarop het lijkt alsof wijzelf beter zijn, zoveel schoonheid waardig, meer in staat om lief te hebben en op te bouwen.

Leopardi vond geen antwoord op zijn onbedwingbare vraag. Dante daarentegen stuitte op iets dat hem in een ander perspectief plaatste, de vrucht van wat don Giussani een „omkering van de methode“ zou noemen. Het is „niet langer een zoektocht vol onbekenden, maar de verrassing over een feit dat zich in de geschiedenis van de mensheid heeft voltrokken“. Er is een allerhoogste Liefde die de wereld, het firmament, de schoonheid en de diepe vragen die de harten in vuur en vlam zetten, heeft geschapen, en die alles voortdurend in beweging houdt en alles tot Zichzelf trekt. Het is een Liefde die vlees is geworden en ook ons leven wil betrekken. De Meeting van 2026 zal getuigen van hoe deze Liefde een drijvende kracht is geworden, een bron van levenskracht bij degenen die haar hebben omarmd. Je wordt constructief en gepassioneerd, net als de mensen die de Meeting bijwonen en de mensen die op het podium worden uitgenodigd, en ook in de tentoonstellingen die zijn opgezet om dit te documenteren. Dit geldt voor de tentoonstelling over Sint-Augustinus, die over zijn uiteindelijke overgave aan Gods trouw schreef: „Laat heb ik U bemind, Schoonheid zo oud en zo nieuw.” Dit geldt ook voor de verlichte politici die nog niet zo lang geleden van Libanon een toonbeeld maakten van samenleven tussen verschillende volkeren, culturen en religies. Het gold voor de Franse ondernemer uit het einde van de 19e eeuw, Léon Harmel, die in een tijdperk waarin industriëlen nog eigenaar waren van spoorwegen het idee introduceerde van maatschappelijke verantwoordelijkheid, zorg voor medewerkers en medezeggenschap van werknemers in de besluitvorming van het bedrijf. Deze vernieuwingen waren zo krachtig dat paus Leo XIII Harmel als voorbeeld nam bij het schrijven van Rerum Novarum. Ook voor ons is hij een voorbeeld in de grote veranderingen op het gebied van werk die zich in onze tijd voltrekken.

Dit jaar keert er weer een paus terug naar Rimini, na het historische bezoek van Johannes Paulus II in 1982. De toekomstige heilige had slechts twee edities nodig om te begrijpen dat er in de benauwde paviljoenen van het oude Expo-centrum voor iedereen iets nieuws aan het gebeuren en zich aan het ontwikkelen was. Met dezelfde diepe dankbaarheid wacht het publiek van de Meeting op Leo XIV, met hetzelfde verlangen om hem te zien en naar hem te luisteren op deze plek van ontmoeting en dialoog. Een uitzonderlijke aanwezigheid die een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt.