
De schrijver die koos voor het platteland en de gemeenschap
Wendell Berry, auteur en boer, overleed op 31 augustus op 92-jarige leeftijd. Zijn werk is gebaseerd op een kerninzicht: zowel schrijven als boeren vereisen zorg, tijd en verbondenheid met de mensen om je heen. Een portret, uit Traces USADe kloof tussen het stedelijke en het landelijke Amerika is duidelijk zichtbaar in ons politieke, economische en culturele discours, maar deze twee zielen van Amerika zijn vergeten dat ze van elkaar afhankelijk zijn. Het valt niet te ontkennen dat agrarische gemeenschappen een essentiële rol spelen in de voedselproductie van ons land, terwijl de consumptie daarvan grotendeels wordt aangedreven door onze stedelijke gemeenschappen. Deze spanning en de blijvende gevolgen ervan hebben de artistieke geest van Wendell Berry, een boer en schrijver uit Kentucky, lange tijd beziggehouden. Berry constateert dat we onze verbinding met de natuurlijke wereld zijn kwijtgeraakt en dat onze voornaamste manier om met de werkelijkheid om te gaan niet uitgaat van en voortbouwt op wat er gegeven is, maar deze juist domineert en uitbuit. Hij heeft zijn levenswerk gewijd aan het verwoorden en voorstellen van een passend antwoord hierop. „Tot nu toe hebben we ons land vooral gevraagd hoe het in de kortst mogelijke tijd en tegen de laagste kosten het meeste geld kan opleveren voor de rijkste mensen. Nu moeten we ons afvragen hoe we ons er op verantwoorde wijze thuis kunnen voelen”, wat een andere economische en culturele visie vereist.
Vanaf het begin werd het Amerikaanse project intrinsiek gevormd door de noodzakelijke omgang met het land. Deze omgang is echter, teruggaand tot onze behandeling van de inheemse Amerikanen en de tot slavernij gedwongen Afrikanen, verankerd in wat Berry een ‘geschiedenis van fouten’ noemt. In zijn boek uit 1977, The Unsettling of America, beschrijft Berry de Europese situatie in de Nieuwe Wereld als een mentaliteit van uitbuiting, geworteld in het onbetwiste dogma van een „voortdurend groeiende markt“. Verbonden met deze marktmentaliteit is het „bewust verouderen, achterhaald maken en degraderen van goederen“, samen met de „hysterische ontevredenheid van consumenten over zichzelf“. Bijna vijftig jaar later merken we dat we nog steeds – en misschien wel in nog grotere mate – grotendeels worden bepaald door de voortdurende obsessie met groeiende markten.
De meesten die met zo’n alomvattende, systemische vraag worden geconfronteerd slagen er niet in voldoende aandacht te schenken aan het specifieke, maar Berry benadrukt dat iemands eerste verantwoordelijkheid thuis moet worden uitgeoefend, ‘waar je enige kans hebt om tot een goed en rechtvaardig begrip te komen van wat er op het spel staat, en waar je enige kans hebt om echt effectief te zijn’. Voor hem begint het antwoord bij de precieze kenmerken van de plek waar hij zich bevindt: de bochten in de rivier en de helling van de heuvel waarop zijn boerderij ligt, waardoor deze geschikt is voor bepaalde gewassen maar niet voor andere. Zijn roman wordt bevolkt door de gezichten van de „Membership“, zoals hij het noemt: buren die bij elkaar horen en bij hun land, en die verschillende en essentiële bijdragen leveren aan de bloei van de gemeenschap. Voor Berry begint een adequaat antwoord op de abstracte krachten van het kapitaal bij de genegenheid die voortkomt uit dit gevoel van verbondenheid. Als we ‘ons land zelf boven [onze] ideeën erover en plannen ervoor stellen, dan keert de loop van de geschiedenis zich om, eerst in [onze] eigen harten’, want de verandering die we nu verlangen ‘moet in het hart beginnen, wil ze überhaupt beginnen’.
Op 91-jarige leeftijd is Berry’s meest recente publicatie, Marce Catlett: The Force of a Story, het dichtst bij een autobiografie dat hij ooit is gekomen. De roman volgt de generaties van zijn familie en begint met het verhaal dat het kloppende hart van zijn levenswerk is geworden. De grootvader (Marce) van Wendell (in het verhaal Andy) reist naar de markt met zijn jaarlijkse tabaksopbrengst, een jaar werk dat in het levensonderhoud van zijn gezin zou voorzien. Maar de American Tobacco Company van James Duke, die een tabaksmonopolie oplegt, dwingt de telers om onder de kostprijs te verkopen, en Andy’s grootvader keert armer terug naar huis dan toen hij vertrok. Zoals de ondertitel van de roman suggereert werd dit verhaal een krachtige leidraad voor wat later het werk zou worden van Wendells vader, John M. Berry, Sr., en zijn zonen.
In 1922 richtte John Berry, Sr. de Burley Tobacco Growers Co-Operative Association op, in een poging om de omstandigheden te creëren die goed werk bevorderen voor de boer, de regionale economie en het land waarvan het werk van de boer afhankelijk is. Het doel was om de marktvolatiliteit te beheersen door eerlijke prijzen voor boeren en een evenwichtige landbouwproductie te waarborgen. Gesteund door de New Deal bleef de coöperatie meer dan zestig jaar bestaan, totdat de tabaksmarkt zelf geen federale steun meer ontving.
Enkele jaren voor het officiële einde van de coöperatie deelde Mary, de dochter van Wendell Berry, haar zorgen met hem die voortkwamen uit haar eigen ervaringen met het runnen van een boerderij. Na dat gesprek voelde ze zich geïnspireerd om in Henry County, Kentucky, een plek op te richten die zich zou blijven inzetten voor kleine boeren. In 2011 richtte ze The Berry Center op, dat tot doel heeft kleine boeren te ondersteunen, gemeenschappen te bevorderen die het land behouden, en gezonde regionale economieën tot stand te brengen. In vijftien jaar tijd is het centrum uitgegroeid van het initiatief van Mary tot een organisatie met twaalf medewerkers die zich bezighouden met vier verschillende werkterreinen: het Farm and Forest Institute biedt boeren en voorstanders van goede landbouw onderwijs in agrarische filosofie en praktijk; het Archief en de Bibliotheek bewaren werken over goede landbouw, landgebruik en de rijke cultuur van plattelandsgemeenschappen in de afgelopen eeuw; het Agrarian Culture Center and Bookstore organiseert leesgroepen en culturele evenementen die discussies over het agrarische leven stimuleren; en Our Home Place Meat heeft een bloeiend samenwerkingsverband opgezet voor boeren uit Henry County om vlees aan lokale markten te verkopen, waarmee de fundamentele uitdagingen bij het opzetten van lokale voedseleconomieën worden aangepakt.
Het Berry Center is gevestigd net voorbij het kruispunt met vier stopborden op het plein van New Castle, Kentucky. Op enige afstand van de snelweg leidt een rit door heuvelachtig landschap met glooiende velden naar een oud wit huis, met een vergaderzaal, bibliotheek en kantoren, dat naast een eeuwenoude blokhut staat waarin de boekhandel is gevestigd. Gezien de status van Wendell Berry in het Amerikaanse literaire landschap en de waardering die velen voor het Centrum koesteren, valt de locatie op door haar eenvoud, die perfect past in de omgeving van het plein, en door de zorgvuldigheid waarmee het wordt onderhouden.
Ik ga in het Centrum zitten met Mary Berry en de directeur van het Farm and Forest Institute, dr. Leah Bayens, voor een interview en we gaan meteen in op de essentie. „Papa vat het samen in The Unsettling of America. We kwamen naar dit ‘Nieuwe Land’ in de veronderstelling dat het oneindige ‘overvloed’ was – om een tegenwoordig populair woord te gebruiken – maar we hebben nooit onder ogen gezien dat dat niet waar is. Er is eindeloze overvloed als je met de natuur meewerkt en er niet tegenin gaat. Als je delft in plaats van landbouw bedrijft raak je aan de grenzen van die overvloed.” Mary legt uit dat haar vader twee soorten mensen in de Amerikaanse geschiedenis beschrijft: ‘boomers’ en ‘stickers’. Boomers streven er voortdurend naar om verder te gaan dan hun middelen en hun plek toelaten, op weg naar ‘betere’ dingen, die vaag gedefinieerd zijn. Stickers daarentegen komen ergens aan en blijven om een leven op te bouwen, waarbij ze zorg dragen voor wat ze aantreffen, omdat ze het beter achter willen laten dan ze het hebben aangetroffen. “Toen ik het Berry Center oprichtte probeerde ik alle mogelijke manieren te bedenken om dat verlangen te ondersteunen, door het probleem van vernietiging, hopeloosheid, slechte gezondheid en disharmonie aan te pakken. Zoals papa altijd zegt: we hebben niet alleen een landbouwprobleem, we hebben een cultureel probleem.”
„Als we levende, functionerende gemeenschappen willen, zullen we die zelf moeten opbouwen in onze eigen buurten, te beginnen met de middelen die we voorhanden hebben en de problemen die het dichtst bij ons liggen. Als je thuis iets niet aan de praat kunt krijgen, hoe gaat het dan elders lukken?“
Een deel van het werk van het Centrum bestaat uit het kritisch bestuderen van de successen en mislukkingen van de Burley Co-Operative, die als model dient voor Our Home Place Meat (OHPM). Leah legt uit: „Deelnemende boeren ontvangen een betrouwbare, eerlijke prijs voor hun vee, die is gebaseerd op pariteit en productiecontroles. Evenzo krijgen consumenten in zowel landelijke als stedelijke gebieden een product van hoge kwaliteit tegen een eerlijke en stabiele prijs. In ruil daarvoor beheren de boeren de weiden en het vee volgens normen die de gezondheid van het land en het vee bevorderen. Op onze 200 acre grote onderwijs- en productieboerderij en in het bos werken we ook aan het voorzien in de behoeften van OHPM en andere boeren op het gebied van onderzoek en opleiding. Omdat we filantropisch worden gefinancierd, kan het Centrum een deel van de risico’s en kosten op zich nemen die boeren zich niet kunnen veroorloven. In wezen bieden we een proefstation en een locatie voor educatieve programma’s.”
Als senator van de staat steunde John M. Berry, Jr. – bij de medewerkers van het Berry Center liefkozend ‘Brother John’ genoemd – het werk van de coöperatie van zijn vader. In een toespraak voor het Kentucky Farm Bureau wees hij erop dat onze economie lokale boeren en boerengemeenschappen heeft verdrongen en dat dit proces voortduurt; hij noemde dit ‘opzettelijke vernietiging’. Deze scheiding tussen het land en de mensen heeft geleid tot het verlies van een enorme hoeveelheid vaardigheden, cultuur en agrarische kennis.
Voor Leah was de toespraak van ‘Brother John’ een verademing. De vermeende onvermijdelijkheid van de industriële landbouw werd ontkracht. “Er is ons verteld dat het onvermijdelijk is, maar dat is het niet. Dat weet ik,” benadrukt Leah, “maar het is bevrijdend om de juiste woorden te hebben om dit duidelijk en beknopt te verwoorden. De gedachte dat je ondergang onvermijdelijk is roept een soort hopeloosheid op.” Mary voegt eraan toe: „Het vermogen om te zeggen ‘dit is niet onvermijdelijk, het is een slecht ontwerp’, stelt ons in staat om ons een ander ontwerp voor te stellen.”
De initiatieven van het Centrum zijn geworteld in de subsidiariteitsmethode, die stuk voor stuk voortkomen uit wat Mary „een inventarisatie“ noemt – de observatie van wat er voor je ligt, wat er gegeven is. „We hebben meer werk zoals het onze nodig, omdat het er niet uit zou zien zoals het onze. We hebben mensen nodig die die inventarisatie hebben gemaakt en daardoor weten waarmee ze werken, wat ze nodig hebben, en – het allerbelangrijkste – die weten dat ze daar zullen blijven. Als we echte verandering willen bewerkstelligen moeten we nadenken over regionale vraagstukken. We hebben een rampzalige economie. Onze instellingen hebben nagelaten naar zichzelf te kijken en schaal te begrijpen. Maar als je de schaal goed begrijpt – en ik denk dat we die hier wel hebben – is hoop niet moeilijk. We zien allerlei goede dingen ontstaan.” Culturele vernieuwing begint vanuit dit strenge realisme. Volgens Mary is “de grote mislukking dat men niet naar de mislukking kijkt en daardoor niet leert waarom iets wel of niet werkte.”
Bij het Berry Center zetten ze zich in voor het bevorderen van een agrarische economie, waarbij ze benadrukken dat dit niet mag worden gereduceerd tot het werk van boeren alleen. Leah benadrukt dat „een agrarische economie ontstaat door samenwerking tussen mensen, land en gemeenschap. Ze ontstaat door wederzijdse afhankelijkheid van plattelands- en stedelijke gemeenschappen. Dit is geen kumbaya-beeld van een gemakkelijke, harmonieuze situatie. Samenwerken is moeilijk.“ Voor Wendell Berry is het vermogen om elkaar te helpen „een van de dierbaarste en grootste menselijke vrijheden. Maar het kan ons niet worden geschonken door onze grote openbare instellingen of overheidsinstanties. Als we levende, functionerende gemeenschappen willen, zullen we die zelf moeten opbouwen in onze eigen buurten, te beginnen met de middelen die voorhanden zijn en de problemen die het dichtst bij ons liggen.”
Wendell Berry geeft zelf toe dat hij niet weet hoe grote en geleidelijke veranderingen tot stand komen, maar hij is er zeker van dat het begin vereist dat men ‘klein denkt’, dat wil zeggen: op schaal denkt. In The Need to Be Whole beschrijft Wendell Berry zijn bezorgdheid over „historische en politieke generalisaties die te algemeen en te machtig zijn geworden“. In haar educatieve werk merkt Leah op dat veel mensen met de wens om te boeren en op het land gebaseerde lokale economieën te bevorderen, dit vanuit een breed perspectief benaderen, maar na verloop van tijd beseffen ze „dat, wil dat allemaal gebeuren, het thuis moet beginnen. En thuis moet het bij henzelf beginnen. Anders loop je het gevaar van ‘de grote oplossing’. Als je thuis iets niet voor elkaar krijgt, hoe gaat het dan elders lukken?” Ze worden geconfronteerd met een overweldigende lijst van zaken die de wereld in een andere richting sturen – een verhaal, schrijft Wendell, “zo oud als de Bijbel, van mensen met te veel rijkdom, te veel macht en te weinig geweten.” Maar voor Leah is het aanpakken van die lijst „niet hoe het werk verloopt. Je doet het juiste dat voor je ligt, en dan zoek je uit wat het volgende juiste is om te doen, waarbij je steeds in het oog houdt waarom je doet wat je doet.“
Wat we de toekomst verschuldigd zijn, en hoe we ons verleden kunnen goedmaken, is het volgende juiste ding doen dat voor ons ligt, en dat begint met de balans op te maken van wat ons gegeven is en goed zorg te dragen voor wat we hebben.
(Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in Traces USA)