
De betekenis van charitatief werk ontdekken
Hoe Agata haar geloof herondekt en de schoonheid van onbaatzuchtige dienstbaarheid. Die leert haar dat ware vreugde voortkomt uit naastenliefde en leidt uiteindelijk tot de conclusie dat de ultieme zin van het leven ligt in het leven voor anderenAl sinds mijn middelbare schooltijd in Catania heeft het verrichten van charitatief werk een fundamentele rol gespeeld in mijn persoonlijke ontwikkeling; het werd echter pas echt essentieel toen mijn zus vijf jaar geleden de roeping van de Heer beantwoordde om alles aan Hem te geven door dienst te doen in de congregatie van Moeder Teresa van Calcutta, de Missionaries of Charity.
Ook voor haar begon het leren over naastenliefde binnen het gezin en werd het gevoed door de beweging op school en later op de universiteit. Toen we allebei naar Ierland verhuisden voor werk leidde het verlangen om anderen te helpen – en om een plek te vinden waar ze de betekenis van onbaatzuchtig geven kon leren – mijn zus ertoe om vrijwilligerswerk te doen bij de zusters van Moeder Teresa die hier in Dublin voor de armen en daklozen zorgen. Het viel me op dat ze elke keer dat ze terugkwam gelukkiger en meer voldaan leek; ze leek verliefd en wilde er steeds vaker naartoe. Geïntrigeerd besloot ik ook te gaan. Ik moet toegeven dat mijn eerste indruk niet de beste was: het klooster was erg kaal en eenvoudig, en de zusters zaten op de vloer; ze hadden geen stofzuiger of vaatwasser, dus alles moest met de hand worden gedaan. Toch straalden hun gezichten een aanstekelijke glimlach uit, en hun ontvangst was buitengewoon. Pas later besefte ik dat de bron van die vreugde de liefdevolle relatie is die zij delen met de levende Jezus – niet de Jezus uit boeken, maar de echte Jezus die aanwezig is in de eucharistie en in de gezichten van de armen voor hen – en het is deze Liefde die hen drijft.
Ik besefte dit toen mijn zus me vertelde dat ze zich bij de orde van Moeder Teresa wilde aansluiten en alles achter zich wilde laten – haar appartement, een succesvolle carrière, kleding, geld, vrienden en alle gemakken – om haar leven aan Hem te wijden. Alleen een overvloedige rijkdom kan iemand tot zo’n totale naastenliefde drijven. Dit wekte in mij het verlangen om het charitatief werk dat ik al lang had opgegeven weer op te pakken en me dichter bij de plek te voelen waar mijn zus de roeping van de Heer had beantwoord, zodat ook ik Hem zou kunnen ontmoeten binnen mijn eigen roeping als echtgenote en moeder.
Ik ging elke zaterdagochtend helpen met het schillen van wortelen en aardappelen voor de gaarkeuken – een heel eenvoudige handeling, maar wel een die me zo dicht bij de zusters bracht en me inspireerde om de ervaring te delen met iedereen die ik tegenkwam. Claudia, de verantwoordelijke van onze beweging, was de eerste die zich bij mij aansloot; zij had in het verleden al charitatief werk gedaan en had via de beweging eerder contact gelegd met de zusters in een ander land. Later voegde een Poolse vriendin zich bij ons – iemand die onlangs was teruggekeerd naar het geloof en op zoek was naar een plek om dat op een eenvoudige manier in praktijk te brengen. Toen kwam Cristina, een Grieks-orthodoxe buurvrouw die zo verliefd werd op de plek dat ze er al haar vrienden en kennissen over vertelde, zelfs degenen die niet gelovig waren. Ten slotte sloot Grazia zich bij ons aan. Ze was om verschillende redenen afgedreven van het geloof – waarmee ze tijdens haar schooltijd via de beweging voor het eerst in aanraking was gekomen – maar charitatief werk was een hoeksteen van haar leven gebleven. Na vele jaren nam ze contact op om zich bij ons aan te sluiten. Door haar vriendschap met de zusters en haar eigen persoonlijke terugkeer naar het geloof groeide in haar het verlangen om haar driejarige dochter te laten dopen – met de zegen van haar moslim-echtgenoot, die had gezien hoe ze weer tot bloei was gekomen sinds ze naar de kerk ging. De zusters woonden de doop bij en we vierden het feest in hun klooster. Ongeveer twee jaar geleden stelde Claudia voor om dit initiatief uit te breiden naar de hele gemeenschap van Dublin; het was werkelijk ongelooflijk om te zien hoe mensen met uiteenlopende achtergronden en uit alle lagen van de bevolking met veel plezier de daklozen hielpen in de zondagse gaarkeuken. Velen hadden eerder vrijwilligerswerk gedaan maar waren daarmee gestopt vanwege de eisen van het dagelijkse leven; anderen waren nog nooit uit hun comfortzone gestapt, terwijl sommigen gewoon uit nieuwsgierigheid kwamen. Uiteindelijk werd het initiatief een vast onderdeel in ieders leven – een stabiel anker te midden van de dagelijkse sleur, waar ze de betekenis van onbaatzuchtig geven konden leren. Sommige leden van de gemeenschap zijn sindsdien ook elders vrijwilligerswerk gaan doen, bijvoorbeeld bij ouderen of bij St. Vincent de Paul (een liefdadigheidsorganisatie).
Charitatief werk is zo’n eenvoudig gebaar om voor te stellen – en het spreekt zo diep aan bij ieders behoefte om lief te hebben en bemind te worden – dat zelfs degenen die niet geloven, of die zich op een geloofsreis bevinden, het idee met vreugde omarmen. Dat we dit samen met de zusters mogen doen is een extra genade, want door hun eenvoud leren zij ons – zonder dat er woorden aan te pas komen – dat het leven zijn waarde vindt in het weggeven ervan. Het is prachtig om te zien hoe de charisma’s van Moeder Teresa en Giussani op dit punt, dat voor beiden zo essentieel is, samenkomen: de wet van het leven is naastenliefde.


