
Helsinki. „Oecumene is vriendschap”
Een interview met de Raimo Goyarrola, bisschop van Helsinki, Finland, tijdens zijn eerste bezoek aan de Rimini Meeting. "Tegen iedereen zeg ik altijd: ‘Jij bent hier het tabernakel. Jij brengt Christus naar je vrienden’"Het is de eerste keer dat Raimo Goyarrola, bisschop van de hoofdstad van Finland, waar katholieken een zeer kleine minderheid vormen, de Meeting bijwoont. «Ik bezoek gelovigen die op mij wachten om de eucharistie te ontvangen omdat de dichtstbijzijnde kerk 300 kilometer verderop ligt. Tegen iedereen zeg ik altijd: ‘Jij bent hier het tabernakel. Jij brengt Christus naar je vrienden’»
Toen hij op de avond van 20 juli 1969 in de verloskamer van het ziekenhuis van Bilbao ter wereld kwam stond de televisie aan om de spannende eerste stappen van Neil Armstrong op de maan te volgen. Zijn grootvader, die hem de volgende ochtend in zijn armen nam, liet zich gaan in een onbewuste profetie: „Ook dit kind zal ver komen.“ Niemand kon zich voorstellen dat Raimo Goyarrola 37 jaar later zou instemmen om zijn leven op te pakken en naar Helsinki, in Finland, te verhuizen. De toenmalige bisschop had gevraagd of een priester van het Opus Dei naar hem toe wilde komen om hem bij zijn apostolaat te helpen. Hij had zonder aarzelen ja gezegd. Zonder te vermoeden dat uit dat ‘ja’ nog vele andere zouden voortkomen. Zoals in 2023, toen paus Franciscus hem ontbood om hem mee te delen dat hij hem tot bisschop wilde benoemen. ‘Bij die gelegenheid heb ik echter vijf minuten de tijd genomen om erover na te denken’, zei hij lachend, toen we hem ontmoetten op de Meeting van Rimini, waar hij voor het eerst op bezoek was. Van de tentoonstellingen en bijeenkomsten wilde hij niets missen. Maar over wat hem het meest was bevallen twijfelde hij geen moment: „De ontmoeting met paus Leo. Om de manier waarop hij ons aanspoorde om te beginnen met onze ‘koerswijziging om de van iedereen gevraagde bekering overtuigend en geloofwaardig te maken’.” Aan het einde van die ontmoeting kon monseigneur Goyarrola de Heilige Vader kort begroeten. „Ik heb hem verteld wat ik het liefst zou willen: ‚Heiligheid, u moet naar Finland komen, u zult zien, het is het paradijs van de oecumene‘.“
Laten we hier beginnen. In Finland maken katholieken 0,3 procent van de bevolking uit. Het register van het bisdom Helsinki – het enige in het land – telt 18.900 gedoopten en op het hele nationale grondgebied zijn er amper acht parochies. Waarom is het een paradijs?
We zijn een minderheid, we hebben geen structuren en geen financiële middelen. Maar nog nooit zozeer als hier heb ik gemerkt dat deze ‘zwakheid’ een groot voordeel is. Omdat het ons dwingt om te vragen. En om uit onze schulp te kruipen. De band van respect en vriendschap die ons bijvoorbeeld met lutheranen en orthodoxen verbindt is juist ontstaan uit de steeds dringender wordende behoefte aan kerken waar we de mis kunnen vieren. Ze hebben ze ons zonder al te veel problemen ter beschikking gesteld. Zo maken we op zondag, op vastgestelde tijden, gebruik van twintig lutherse en vijf orthodoxe kerken voor liturgische vieringen, catechese, biecht en ontmoetingsmomenten.
Hoe zijn jullie tot dit punt gekomen?
In 2017, toen ik nog vicaris-generaal was, maakte de lutherse kerk zich op om de 500ste verjaardag van de Reformatie te vieren, een gebeurtenis van groot historisch en spiritueel belang. Samen met mijn bisschop werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan de organisatiecommissie. Het was een kans om de band te versterken. Onze bijdragen werden altijd goed ontvangen. Toen men mij vroeg wat volgens ons de beste manier was om dit jubileum te vieren, zei ik: „Kom terug! Kom terug naar huis.“ Er klonk een daverend gelach. Maar de opmerking moet een gevoelige snaar hebben geraakt en het verlangen naar eenheid bij iedereen aan het licht hebben gebracht. In die zo vertrouwde sfeer was het dan ook niet moeilijk om unanieme instemming te krijgen voor ons voorstel om de ruimtes van de in de middeleeuwen gebouwde kerken te delen.
Dit zijn tekenen van een echte oecumene. Wat onderscheidt die van goede nabuurschapsbetrekkingen?
Oecumene is in de eerste plaats een vriendschap. En binnen een vriendschappelijke relatie kun je over alles praten. Onze dialoog duurt al meer dan veertig jaar, sinds Johannes Paulus II, na zijn pastorale bezoek aan Finland, besloot een kleine oecumenische delegatie te ontvangen, bestaande uit drie bisschoppen: een lutherse, een orthodoxe en een katholieke. Deze bijeenkomst vindt elk jaar in januari plaats. Hoewel er officiële toespraken worden gehouden valt het mij vooral op dat er helemaal geen formele sfeer heerst. In de aanwezigheid van de paus verbreden de horizonten zich en het doel is niet om uniformiteit na te streven maar om elkaar te vinden in wat wij als fundamenteel beschouwen. En zelfs de grote verschillen mogen geen reden tot verdeeldheid zijn.
En hoe draagt dit bij aan jullie samenleven?
In Helsinki, op 8 september, de feestdag van de Geboorte van Maria, trekken katholieken en orthodoxen samen in een processie door de centrale straten van de stad. Het ene jaar vertrekken we vanaf de orthodoxe kathedraal en komen we aan bij de katholieke, en het jaar daarop draaien we de route om. De laatste keer, kort voor het evenement, wilden drie lutherse predikanten, vrienden van mij, me spreken om te zeggen dat ze zich bij de processie zouden aansluiten: „Wauw!”, dacht ik, zeer verbaasd. En toen zei ik: „Maar let wel, we gaan de rozenkrans bidden. Dat wil zeggen, we bidden tot de Maagd Maria…”. En zij antwoordden: „Maar zij is ook onze moeder!”. Alleen in een echte dialoog, in een heel concreet respect, komt naar voren wat werkelijk fundamenteel is. Er blijven dan nog knopen over die zullen worden ontward wanneer God dat wil.
Wat zijn de redenen die gelovigen van lutherse traditie ertoe brengen om toetreding tot de volledige katholieke gemeenschap aan te vragen?
Er zijn veel redenen, maar het thema van het gezag is een van de meest gevoelde. Velen keren terug naar de Kerk van Rome omdat ze deze behoefte voelen. Vandaag bereiden 300 mensen zich voor op toetreding tot de katholieke Kerk: ongeveer 80% zijn volwassen ex-lutherse gelovigen die het geloofspad hadden verlaten, maar die door het leven vervolgens opnieuw geconfronteerd werden met de noodzaak om een passende betekenis voor hun bestaan te vinden. En zij hebben aangeklopt bij onze Kerk.
En de overige 20 procent?
Ongedoopte mensen die op de meest uiteenlopende manieren Christus vandaag de dag hebben ontmoet. Van wie ze misschien nog nooit eerder hadden gehoord.
Hoe gebeurt dat?
In Finland gebeurt het net als overal ter wereld. Op weg naar kantoor, tijdens het voetballen, tijdens het boodschappen doen… Er zijn afgelegen delen van dit land waar ik vaak naartoe ga om de gelovigen te bezoeken. Ze wachten op mij om de eucharistie te kunnen ontvangen, omdat de dichtstbijzijnde kerk misschien wel 300 kilometer verderop ligt. Aan iedereen zeg ik altijd: „Jij bent hier het tabernakel. Jij brengt Christus naar je vrienden.“ Ze vertelden me over een kind dat op school, vóór de lunch, elke keer het kruisteken maakt. Dat wekte de nieuwsgierigheid van zijn klasgenoten: „Wat doe je daar?“, vroegen ze hem. ‘Ik dank God omdat ik blij ben dat we mogen eten.’ En omdat ze het allemaal eens waren met wat hij zei, wilden ze het ook gaan doen. Het is een klein zaadje, maar evangelisatie heeft geen grote preken nodig.
‘Aan het einde van de zomer gaan we met de jongeren kamperen in Lapland. Daar wordt de aanwezigheid van God tastbaar en besef je meteen weer dat je een schepsel bent.’
U bent in 2006 in Finland aangekomen. U was 37 jaar oud en al vier jaar priester. U bent begonnen met lesgeven op middelbare scholen en als universiteitskapelaan. Was het gemakkelijk om de interesse van de jongeren te wekken?
Het was een uitdaging, te beginnen met de taalbarrière. Maar godzijdank heb ik me altijd op mijn gemak gevoeld, omdat ik wist dat ik ‘thuis speelde’. En om in de metafoor te blijven: een van de eerste dingen die ik deed was uitgaan van iets waar ik heel veel van houd, namelijk voetballen. Bij het team hoefde ik het Fins niet vloeiend te spreken. Daarna ontstonden er groepen voor jongeren die een geloofsweg wilden bewandelen. Met hen heb ik veel belangrijke momenten gedeeld, maar mijn eerste skitocht en de barbecues bij 20 graden onder nul zijn me het meest bijgebleven. Maar het meest vruchtbare en veelzeggende is ongetwijfeld de reis naar Lapland die we elk jaar aan het einde van de zomer maken.
Vertel
Het is een mysterieuze plek die me altijd heeft aangetrokken. Daar heeft de woeste en vijandige natuur iets subliems. Ik organiseer deze tocht nu al zo’n tien jaar voor studenten en een paar trouwe vrienden. Het ligt duizend kilometer van de hoofdstad. We rijden met een busje naar de noordelijkste punt. Van daaruit gaan we, met de rugzak op, te voet verder, omringd door rendieren, fjorden en besneeuwde bergen die uit de zee oprijzen. Geconfronteerd met die grootsheid gebeurt het vaak dat we urenlang in stilte blijven staan. De aanwezigheid van God wordt tastbaar en we beseffen onmiddellijk dat we schepselen zijn. Je voelt dat je afhankelijk bent. Ik hoef niet veel meer te zeggen. We vieren de mis, bidden de Angelus, delen onze overpeinzingen, maar alles lijkt als het ware nieuw leven ingeblazen door de ervaring dat we ons volkomen levend voelen.
U bent ook arts, helpt dat u bij uw taak?
God is zo goed dat Hij nooit iets weggooit. Integendeel, Hij geeft je alles terug. Dat ik geneeskunde heb gestudeerd komt me altijd goed van pas om de mens in zijn geheel te bekijken. We zijn niet alleen maar biologie. En we zijn ook niet alleen maar psychologie. In ieder mens bestaat een wezenlijke en diepgaande dimensie, namelijk zijn spirituele kant.
Dit jaar bent u gepromoveerd op het gebied van palliatieve zorg. U hebt aangetoond dat ook deze spirituele kant zorg nodig heeft in de laatste levensfase.
Het Finse parlement heeft tweemaal geprobeerd een wet inzake euthanasie in te voeren maar is er niet in geslaagd deze aangenomen te krijgen. Het debat is, net als in de hele westerse wereld, zeer verhit. Het onderwerp werd mij voorgesteld door een van de belangrijkste palliatieve zorgspecialisten, omdat hij het belangrijk vond te onderzoeken hoe ook geestelijk lijden zorg behoeft. Lichamelijke pijn kan tegenwoordig zonder problemen worden behandeld, maar mensen zijn ook bang voor angst, het leed van hun naasten en eenzaamheid. Diep van binnen willen patiënten iemand vinden die hen bij dit soort lijden ondersteunt. Iemand die niet wegloopt. Dit kan de laatste dagen van het leven waardevol maken en ervoor zorgen dat ze niet langer alleen maar iets zijn om te vermijden. Het is een volkomen menselijke weg en ik heb het zien gebeuren tijdens mijn bezoeken aan honderden patiënten voor mijn onderzoek.
Heeft iemand een bijzondere indruk op u gemaakt?
Een vrouw van veertig met wie ik een verrassend gesprek had. Ze was niet religieus, en ook geen gelovige, maar haar spirituele kant was levendiger dan ooit. Nadat ze de standaardvragen van het interview had beantwoord begreep ik dat ze wilde dat ik nog bij haar bleef. Ze bedankte me meerdere keren en kwam toen meteen ter zake: ‘Pater, wat betekent datgene wat ik nu meemaak?’ En ze vervolgde: „Soms voel ik dat er iets is na dit leven. Als ik denk aan de liefde voor mijn man en mijn dochters, hoe kan die dan eindigen? Het is iets goeds dat niet kan sterven. Als het goed is, moet het voor eeuwig zijn.“ Ik vroeg haar alleen of die eeuwigheid God zou kunnen zijn. „Ja, ik sta open voor die mogelijkheid. Ik lijd omdat ik liefheb. Maar wie legt deze liefde, dit ‘voor altijd’, in mij?’ Ik stond met open mond te luisteren. Ik bleef nog een hele tijd bij haar en het gesprek ging door. We voelden allebei een vreemde vreugde voor dat soort momenten. Een endorfine-kick, zou je kunnen denken, maar ik weet dat alleen Christus zo het ijs kan breken.