Havana, Cuba. In een restaurant gebruiken mensen de zaklampfunctie van hun mobiele telefoon om zich tijdens stroomuitval te redden (© Ansa/Li Muzi/Xinhua via ZUMA Press)

Niemand is zo arm dat hij niets te bieden heeft

Cuba: Te midden van stroomuitval, voedseltekorten en een gebrek aan medicijnen: dit is wat de CL-gemeenschap op de been houdt. Een getuigenis gedeeld tijdens de Dag van de Opening van het Jaar

Hallo, mijn naam is Laura, ik kom uit Cuba. Velen van jullie zullen nieuwsberichten hebben gehoord of gelezen over de uiterst kwetsbare situatie waarin we op het eiland verkeren als gevolg van beperkingen op de invoer van olie, tekorten aan voedsel en medicijnen, stijgende prijzen en langdurige stroomuitval, waardoor de meeste Cubanen in armoede en onzekerheid zijn gestort. Overal waar je kijkt voel je de uitputting, vermoeidheid en wanhoop van gewone mensen, veroorzaakt door de voortdurende strijd om van dag tot dag te overleven. Het voortduren van deze crisis heeft een groot deel van de bevolking in een soort wijdverspreide prikkelbaarheid gestort die vaak leidt tot voortdurende spanning, geklaag en, helaas, voor sommigen zelfs tot waanzin. Veel mensen, vooral jongeren uit de armste sociale klassen, komen in de verleiding om aan de werkelijkheid te ontsnappen door het gebruik van een inmiddels wijdverspreide drug, die zij ‘la chimica’ noemen en die voor zeer weinig geld te koop is.

Ook onze vrienden van de CL leven in deze harde realiteit. Niemand ontkomt aan deze moeilijkheden, de een meer dan de ander; maar we worden er allemaal door getroffen. In deze situatie is het enige dat ons in staat stelt om met meer sereniteit en hoop door deze woelige wateren te varen het schip van de Kerk, en met name de gemeenschap van de Beweging.

Het duidelijkste teken hiervan is onze inzet voor de School van de Gemeenschap. Dit jaar zijn we er, na onze agenda’s en locaties op elkaar afgestemd te hebben, in geslaagd om bijeen te komen in een kerk in Havana, die dichtbij genoeg ligt zodat we er allemaal te voet naartoe kunnen gaan; daarom hebben we besloten onze wekelijkse bijeenkomsten te hervatten. Tegen alle verwachtingen in (vervoersproblemen, beperkte stroomvoorziening thuis, enz.) realiseerden we ons dat het enige wat ons leven in stand houdt en redt te midden van zoveel chaos het concrete gelaat van Christus is in de School van de Gemeenschap, waar we worden uitgenodigd om naar Hem te kijken en onze blik af te wenden van onszelf en de problemen die ons zwaar belasten.

De wekelijkse School van de Gemeenschap is een gelegenheid geweest om meer aandacht te schenken aan de noden van onze vrienden: om oog te hebben voor degenen die al dagenlang thuis zonder water zitten, degenen die problemen hebben op het werk, degenen die niet genoeg geld hebben om eten te kopen, of degenen wier eten bedorven is omdat hun koelkasten niet werken.

Onze trouw aan de School van de Gemeenschap heeft ertoe geleid dat we het charitatief werk en zelfs het gemeenschappelijk fonds hebben hervat, omdat we ernaar verlangen het voorstel van de Beweging ten volle na te leven.

Sinds december 2025 hebben we ons ‘charitatief werk’ [naastenliefdeswerk] hervat. Op zich is het heel eenvoudig. We komen bij mij thuis bijeen, lezen een passage uit De zin van charitatief werk, maken wat brood en drankjes klaar en gaan eropuit om die in Oud-Havana uit te delen aan mensen die op straat leven. In deze acht maanden hebben we van alles gezien: ouderen die gedwongen zijn te bedelen omdat hun pensioen niet genoeg is om van te eten; mensen die vanuit het oosten van het land zijn gemigreerd en geen werk kunnen vinden; mensen die met lege handen achterblijven omdat hun families hun huizen hebben verkocht om naar het buitenland te verhuizen; grootouders die om eten bedelen voor hun kleinkinderen omdat de ouders zijn geëmigreerd; mensen met psychische problemen die worden bespot door toeristen en gewetenloze mensen; enzovoort…

Het ‘charitatief werk’ in juli was bijzonder mooi. Op de geplande dag was het erg moeilijk om ergens in Oud-Havana brood te vinden. Eduardo, die het initiatief coördineert, Dianela en ik hebben overal gezocht en besloten uiteindelijk om wat gezouten crackers te kopen. We hadden wat moeite met de betaling omdat de enige beschikbare optie een bankoverschrijving was, dus vroegen we de winkelmanager of hij deze betaalmethode zou willen accepteren, aangezien het voedsel voor een goed doel bestemd was. De winkelier was diep ontroerd en vertelde ons hoe zijn leven en zijn relatie met zijn vader waren veranderd nadat hij het geloof had gevonden.

Op een gegeven moment kwamen we Nely tegen, een bejaarde vrouw van in de zeventig die we elke maand op de Obispo-straat tegenkomen. Nely liep met een heel droevige blik rond, maar toen ze ons zag en onze vreugde over haar aanwezigheid voelde, lichtte haar gezicht plotseling op. Op dezelfde plek ontmoetten we nog een oudere man die, toen hij zag dat we snacks uitdeelden, even stopte om er een aan te nemen. We bleven even met hem praten, en hij vertelde ons dat hij een gepensioneerde wetenschapper was die nu energierepen probeerde te verkopen om rond te komen. Op dat punt van de route hadden we nog maar één beker over voor de drank. Er kwam nog een man aan die, uitgedroogd door de intense hitte, ons om iets te drinken vroeg. Toen hij zich realiseerde dat dat de enige beker was die nog over was dronk hij de drank snel op, gaf wat aan zijn vriend en gaf de beker vervolgens aan ons terug, terwijl hij zei: “Houd hem maar; er komt vast nog wel iemand anders langs die hem nodig heeft.”

Aan het eind van de dag spraken we ons oordeel uit over wat we hadden meegemaakt, dat in deze woorden kan worden samengevat: „Niemand is zo arm dat hij niets te bieden heeft.” Zo ontdekten we dat we dezelfde worstelingen delen en dat we allemaal hetzelfde verlangen: geliefd te worden en met tederheid te worden bejegend door een God die onze Vader is en die onvoorwaardelijk van ons houdt.

Een bezoek aan een vriendin die in het ziekenhuis lag kwam zowel voor haar kamergenote als voor haar familie als een verrassing. We beseften hoeveel genegenheid er onder ons was gegroeid als gevolg van deze gebeurtenis, en hoe de Heer ons in eenheid bevestigde. Het is precies deze eenheid waarvan we bidden dat ze bewaard blijft en groeit binnen de Beweging

In het verlengde van dit traject en gemotiveerd door het enthousiasme van de nieuwe leden van de gemeenschap, die het voorstel van de Beweging ten volle willen beleven, hebben we ook het initiatief van het Gemeenschappelijk Fonds weer opgepakt. Het lijkt misschien absurd, maar juist nu meer dan ooit dragen mensen trouw en gul bij aan het Gemeenschappelijk Fonds. We beginnen te beseffen dat, nu we de grootste schat hebben gevonden, het de moeite waard is om ons hele leven te geven, inclusief het weinige geld dat we hebben.

Afgelopen juni beleefden we een gebeurtenis die, naar mijn mening, grote vruchten heeft afgeworpen voor de gemeenschap. Onze vriendin Marta, vierenzeventig jaar oud, werd met spoed in het ziekenhuis opgenomen vanwege een bloedstolsel in haar been. Deze vriendin, die al jaren trouw deelneemt aan de activiteiten van de Beweging, woont alleen in Havana. Die ochtend stuurde ze me een sms met de vraag of ik haar naar het ziekenhuis kon brengen omdat ze zich al enkele dagen niet goed voelde. Om een lang verhaal kort te maken: vanaf dat moment bleef Marta een week in het ziekenhuis, en wij, al haar vrienden in de gemeenschap, organiseerden ons om voor haar te zorgen: we brachten haar elke dag eten, bleven dag en nacht aan haar zijde op de afdeling, hielpen haar met wassen en stonden haar bij met al het andere wat ze nodig had. Het bijzondere aan deze vriendschap was duidelijk voor Marta’s kamergenote en haar familie, die onmiddellijk hun verbazing uitten over deze ongebruikelijke manier van samenzijn en omgaan met anderen.

Een paar weken later, tijdens de School van de Gemeenschap, beseften we hoeveel genegenheid er onder ons was gegroeid als gevolg van deze gebeurtenis, en hoe de Heer ons in eenheid bevestigde. Het is juist deze eenheid waarvan we bidden dat ze binnen de Beweging bewaard blijft en groeit, omdat we begrijpen dat we juist in deze eenheid – als onderdeel van de eenheid van de Kerk – Degene vinden voor wie we leven en die ons ondersteunt in onze specifieke omstandigheden.

Als ik al deze dingen voor mijn ogen zie ontvouwen denk ik terug aan de woorden die Manolo, de bisschop van het bisdom Matanzas, enkele jaren geleden tijdens de Geestelijke Oefeningen tegen ons zei: „Jullie zijn toch een Beweging? Kom dan in beweging!” In de loop van de tijd ben ik gaan begrijpen dat de beweging waartoe hij ons uitnodigde niet louter activisme was, maar dat we ons lieten bewegen door onze relatie met Christus; het was een uitnodiging om ons niet aan te passen aan de heersende mentaliteit.

Het hele jaar door heeft onze ontmoeting met Hem ons in beweging gebracht; het heeft de manier veranderd waarop we onze werkelijkheid onder ogen zien. Het enige wat we hoefden te doen was ons zwakke dagelijkse ‘ja’ te hernieuwen; alles was pure genade. Het verlangen dat in ons hart groeit en waar we in onze gebeden om vragen is dat Hij Zichzelf mag openbaren in ons leven, in Cuba en over de hele wereld.

Laura, Cuba