Mgr. Hončaruk bij de stand van Russia Cristiana, Rimini Meeting 2026 – © FRC

Pavlo Hončaruk: Liefde en hoop geven we onszelf niet

Mgr. Pavlo Hončaruk, bisschop van Charkov-Zaporizja, was uitgenodigd op het Meeting 2026 om te spreken over ‘Hoop voor Oekraïne’. Hij bezocht de stand van Russia Cristiana om vragen te beantwoorden, waaronder enkele zeer ingrijpende

Mgr. Hončaruk is een jonge bisschop die in 2020, vlak voor de invasie, door paus Franciscus werd benoemd. Het bisdom dat hem is toevertrouwd, wordt doorkruist door de frontlinie, en zijn zetel, Charkov, ligt op slechts enkele kilometers van de Russische grens. Zijn voortdurende aanwezigheid speelt een belangrijke rol voor de gelovigen.
Velen zullen zich het interview (Italiaans) herinneren dat hij vorig jaar aan ons gaf. We vragen hem terug te komen op het thema van hoop en vergeving.


Kunt u ons nog eens iets vertellen over hoop, want vaak zijn wijzelf, die in veiligheid leven, ontmoedigd en wanhopig: hoe zijn hoop en vergeving mogelijk?
Ik ben erg dankbaar voor de kans om met u te spreken. Jullie hart leeft en helpt jullie ons probleem te begrijpen. De liefde die in het hart leeft komt tot uiting in medeleven met de ander. Men zegt dat als iemand het goede doet dit betekent dat hij liefde in zijn hart heeft, en dit verdrijft de haat die duisternis zonder hoop is; waar geen hoop is, is dat juist omdat er haat is. Voor ons is de bron van de liefde God, de Heer.

Ik zal jullie een kort verhaal vertellen dat dit duidelijk aantoont. Tijdens een gesprek met een Oekraïense soldaat, die was teruggekeerd na gevangenschap in Rusland, vroeg ik hem hoe hij het had weten te overleven, hoe God hem had geholpen. Hij vertelde me dat hij, toen hij gevangen werd genomen, niet in God geloofde. „Ze hebben me op brute wijze geslagen. Om de dag ondervroegen ze me, martelden ze me, en ik wilde niet meer leven. Ik heb hen gevraagd mij te doden. Ik kon die situatie niet langer verdragen, ik zag er geen zin meer in.”

En het was duidelijk dat hij niet alle details wilde vertellen: diep ingaan op die evaring maakte hem van streek. Op een keer, toen ze hem terugbrachten naar zijn cel, zag hij in de gang de schaduw van een kruis op de muur. Toen hij dat zag, herinnerde hij zich dat sommigen zeggen dat God bestaat. „Toen wendde ik me tot Hem en zei: als je er bent, help me dan. Zodra ik dat dacht voelde ik een grote warmte en een groot geluk in mijn hart. Toen ik in de cel aankwam keken mijn medegevangenen me aan en vroegen: wat hebben ze je aangedaan? Gaat het goed met je? Ik begreep niet waarom ze me dat vroegen, en ze vertelden me dat ik glimlachte.“
Hij wist zelf niet wat hij moest antwoorden, hij had er geen woorden voor. Maar op dat moment begreep hij dat hij het zou overleven, omdat hij vrede en hoop in zijn hart had.

Waarom wilde ik dit voorbeeld in herinnering brengen? Omdat we deze kracht van nature niet in ons hebben. Misschien zijn we in staat tot grote risico’s en tot empathie, maar we kunnen onszelf niet zo’n grote liefde en zo’n grote hoop schenken: die ontvangen we van God, en die delen we met anderen.

Daarom ligt mijn kracht in mijn relatie met God. Als deze relatie mij zou worden ontnomen zou ik een ruïne zijn, zoals de ruïnes van een verwoest huis.

Daarom dank ik God voor Zijn aanwezigheid onder ons, omdat Hij liefde in het hart legt en mij het verlangen geeft om diezelfde liefde aan ieder mens te schenken.

Ik wil dat de liefde waarvan ik getuig zelfs de ongelukkige Poetin bereikt, dat ze zijn hart binnendringt, dat ze hem bevrijdt uit de vreselijke kooi waarin het Kwaad hem heeft opgesloten. Want hij is erg ongelukkig en hij maakt ook anderen ongelukkig. Ik wil dat de liefde het hart binnendringt van alle mensen die in Rusland wonen, opdat zij zichzelf, hun eigen leven en anderen gaan respecteren. Ik koester dit verlangen en daarom bid ik: zo is de liefde. Daarom is er hoop in mijn hart. Ik kan de wereld niet veranderen, maar het belangrijkste is wie ik ben in deze wereld, en dat hangt van mij af.

(Astra, telegram)

Was dit alles al duidelijk voor u toen u nog een eenvoudige priester was, of is dit een bewustzijn dat u in deze jaren van zware inspanningen en beproevingen hebt verworven?
Het is zeker een proces. God is de God van de werkelijkheid en van het huidige moment: de Heer geeft ons de antwoorden nu, voor vandaag. God schenkt vandaag de genade, geeft vandaag de kracht, geeft vandaag de duidelijkheid over wat we moeten doen. Het is een intense samenwerking met God: ik moet kiezen wat ik vandaag ga doen, hoe ik vandaag ga handelen. Ik denk niet na over wat er zal gebeuren, over wat ik in de toekomst zal moeten doen, want de genade ligt niet in de toekomst. Ik ben nu, en de genade is nu.

Wanneer ik op deze manier met God samenwerk begin ik te zien hoe Hij werkt, en dit toont mij aan dat ik niet alleen ben, dat de Heer er is en mij uitnodigt om met Hem samen te werken.

Er bestaat geen grotere vreugde dan te beseffen dat God door jou heen werkt: het is een ervaring die ook helpt om orde te scheppen in de gedachten en het handelen richting te geven.

Er komt geen berichtje op je telefoon dat je vertelt wat je moet doen. Liefde begint juist op het moment dat je gaat nadenken over hoe je het juiste kunt doen. Bijvoorbeeld: ik moet naar iemand toe om hem of haar te helpen in een moeilijke situatie, en ik denk: ik ga erheen, ik neem dit mee, ik doe het zo… nee, niet zo, beter op een andere manier. Alleen al het stellen van deze vragen is een gebaar van liefde. Ook al gebeurt er uiteindelijk niets dat de situatie oplost.
Maar er is nog iets anders, iets heel belangrijks: aanwezigheid. Ook aanwezig zijn is een vorm van liefde. Ik denk dat het het moeilijkst is om aanwezig te zijn wanneer het duidelijk is dat je niets kunt doen. De hele tijd je eigen machteloosheid voelen, en alleen doen wat je kunt. Ook dat is liefde.

Excellentie, hoe ziet het dagelijks leven eruit?
Bij ons is de situatie heel divers: mijn bisdom heeft een oppervlakte van 193.000 km², en van het ene uiterste naar het andere is het 750 km. Sommige steden liggen op 3 km van de vijand, andere verder weg. Onze stad, Charkov, ligt op 20 km van het front: daarom komen er vaak raketten en Shahed-drones aan, maar geen artillerie. Daarom luisteren we goed, om te begrijpen wat er op ons afkomt. Als er iets aankomt luisteren we in welke richting het vliegt; als er een mogelijkheid is om ons te verstoppen, doen we dat. Als er een raket aankomt heeft het geen zin om ons te verstoppen, want dan zouden we het niet op tijd redden.

Ondanks dit alles gaan de kinderen naar school: in Charkov ligt de school zeven meter onder de grond, en de kinderen gaan er om de beurt naartoe, zodat er geen te grote groepen ontstaan. Mensen gaan naar hun werk, waar ze maar kunnen, en bewegen zich door de stad, maar als er gevaar dreigt duiken ze onder. Laten we zeggen dat je scherpe oren en sterke benen nodig hebt: als je iets hoort moet je snel wegkomen.

In deze situatie zijn we gewend geraakt aan een beetje zwarte humor. Mensen zeggen: als er een raket op mijn huis inslaat hoef ik tenminste niet meer naar mijn werk… Het is heel zwaar, maar we leven in het hier en nu. We zeggen het elkaar zo: als we de nacht doorkomen zien we elkaar vanavond weer, en dan leven we nog.

(S. Bobok, Charkiv Times)

Hoe zijn uw relaties, ook op persoonlijk vlak, met de Russische bisschoppen en gelovigen? Hoe valt het te verzoenen dat we allemaal christenen zijn, terwijl we tot twee volkeren behoren die in oorlog zijn?
Kijk, het conflict is niet ontstaan tussen christenen. Ik weet niet of Poetin christen is, ik weet niet of hij gedoopt is. De mensen die deze grote tragedie hebben veroorzaakt staan aan twee tegenovergestelde fronten: Oekraïne en Rusland.

In Oekraïne zijn er contacten tussen alle geloofsrichtingen en alle religies. Met de orthodoxen van het Patriarchaat van Moskou hebben we daarentegen geen contacten, omdat zij nergens aan meedoen, zich nooit laten zien. Maar we helpen toch de mensen die ons daarom vragen, degenen die hun huis zijn kwijtgeraakt, degenen die niets meer hebben: we geven hen voedsel, medicijnen, kleding, en we vragen niet of ze orthodox zijn of niet. We weten dat er onder hen ook orthodoxen zijn, maar dat is nu juist een vraag die we niet stellen, want we zien voor ons mensen die hulp nodig hebben.

Met de andere religies – bijvoorbeeld met de moslims en de joden – hebben we goede relaties; we werken samen en zetten ons gezamenlijk in om ons vaderland te verdedigen. En als de regering, de president, iets doet wat ons niet bevalt, protesteren we, gaan we allemaal samen de straat op, en niemand stuurt ons daarvoor naar de gevangenis. We kunnen zeggen wat we willen en worden daar niet voor vervolgd; als iemand het land kwaad zou willen doen zou dat natuurlijk anders zijn.

In Rusland en in de bezette gebieden is de situatie totaal anders want Rusland is een dictatuur: iedereen die een eigen mening heeft en die uitspreekt wordt gevangengezet of vermoord. De Kerk in Rusland kan niet alles zeggen, en veel priesters – veel christenen – kunnen niet zeggen wat ze denken, want als ze dat zouden doen zouden ze worden vermoord. Van onze kant zou het verkeerd zijn om van hen een dergelijke heldhaftigheid, een dergelijke opoffering van het leven te verwachten. Ik heb ook omwille van hun veiligheid geen rechtstreeks contact met hen, want zelfs onze contacten worden gecontroleerd: ik zou geen problemen hebben maar zij wel, en daarom moet ik me zo gedragen dat ik hen niet ter dood veroordeel. Bijvoorbeeld: ik weet wat er in de bezette gebieden gebeurt maar ik kan er niet over praten, omdat ik weet dat ze de mensen zouden opsporen die mij dit hebben verteld. Het is erg moeilijk.




Wat vindt u van de mobilisatie in Oekraïne, van het feit dat mannen met geweld worden opgepakt en naar rekruteringscentra worden gebracht?
Uw vraag is erg moeilijk, want mobilisatie is in zekere zin een enkele reis naar de dood. En ik weet wat het betekent om met de dood te worden geconfronteerd.

Tegelijkertijd heeft de staat de taak om de verdediging van het vaderland te organiseren. Het probleem is dat Rusland de aanval al lang van tevoren had voorbereid en ervoor had gezorgd dat het dienstplichtstelsel in Oekraïne jaren geleden op institutioneel niveau was afgeschaft. Toen het moment kwam om mensen te mobiliseren wist men dus niet eens hoe dat moest. De politie begon documenten te controleren; tegen sommige agenten werd gezegd: als je vandaag niet een bepaald aantal mensen in dienst neemt ga je zelf naar de oorlog. Er kwam, laten we zeggen, een menselijke factor bij kijken.

Maar ik ken ook de andere kant: onze soldaten blijven tweehonderdvijftig dagen aan het front zonder dat iemand hen aflost. Er is een algemeen gevoel van verantwoordelijkheid nodig, samen met een wijdverbreid bewustzijn; het is niet iets dat slechts enkele mensen aangaat. Want zolang Oekraïne bestaat heb je een Oekraïens paspoort, ben je een burger; op het moment dat Oekraïne niet meer zou bestaan zou jij er ook niet meer zijn als rechtspersoon. Dan is er nog een andere kwestie: als Rusland Oekraïne eenmaal zou hebben veroverd zou het de Europese landen kunnen vragen alle Oekraïense burgers te repatriëren, om hen het Russische uniform aan te trekken en hen voor Rusland te laten vechten.

Er is dus een algemeen bewustzijn en een algemene verantwoordelijkheid nodig, en we moeten ons de vraag stellen: wat kan ik doen voor mijn vaderland? Niet iedereen kan vechten. Ik ben daar geweest en heb mannen gezien die in hun broek plassen, want sterven is eng, en niet elke man is een soldaat;

Niet iedereen is in staat de keel van een andere man door te snijden want doden is onmenselijk, en wie zijn vaderland verdedigt verliest een deel van zichzelf; dat is de prijs van onze verdediging.

Maar er zijn vele manieren om je vaderland te verdedigen: ook wanneer ik werk en me inzet voor de ontwikkeling ervan, wanneer ik studeer om te leren hoe ik het kan dienen, dan ben ik ook een strijder, en vecht ik voor mijn vaderland. Dit bewustzijn moet echter levend blijven: als je het verliest is de oorlog al verloren.

Mgr. Pavlo Honcharuk werd geboren in 1978, voltooide zijn studie filosofie en theologie en werd in 2002 tot priester van de Latijnse katholieke kerk gewijd. In 2020 werd hij benoemd tot bisschop van Charkov-Zaporizja. Tijdens de Russische agressie tegen Oekraïne heeft hij de aanvallen op Charkov gedocumenteerd en de bevolking bijgestaan, waarbij hij ook samenwerkte met de orthodoxe bisschop Mytrofan.

Dit artikel is overgenomen uit La Nuova Europa