
Trondheim. Samen eten om een gemeenschappelijk bestemming te delen
Het verhaal van een jonge man die elke zondag na de mis de tafel dekt voor mensen die, net als hij, meer willen dan de eentonigheid van een rustig weekend. "God heeft ons geroepen om samen met Hem een nieuw thuis te bouwen in deze wereld"Ik woon al meer dan vijf jaar in Trondheim, een universiteitsstad met ongeveer 200.000 inwoners in Noorwegen. De afgelopen vier jaar heb ik op zondag, na de Engelse mis van 18.00 uur in de kathedraal, samen met enkele vrienden uit de parochie en de Beweging een avondmaal voorbereid dat voor iedereen toegankelijk is. We verwelkomen elke keer zo’n vijftig mensen, waaronder veel jongeren. We beginnen op zaterdag met boodschappen doen en komen de volgende dag om 16.00 uur bijeen om de zaal in de parochie in te richten en te koken. Na het avondeten leidt pater José Clavería, een missionaris van de Fraterniteit van St-Carolus Borromeus, een moment van catechese voor wie daaraan wil deelnemen.
Het is een eenvoudig gebaar dat weer is opgepakt nadat het tijdens de pandemie was opgeschort. Het werd aanvankelijk georganiseerd door Joyce, een Filipijnse parochiaan, die in haar eentje voor zo’n twintig mensen kookte. Toen vervolgens enkele jongeren van de Beweging in Trondheim aankwamen en we een School van Gemeenschap oprichtten werd het voor ons een liefdadigheidsinitiatief. Dit komt omdat het een initiatief is dat inspeelt op een specifieke behoefte van de plaatselijke Kerk, die naar voren kwam in een gesprek met bisschop Erik Varden, voorzitter van de Scandinavische Bisschoppenconferentie. We hebben ons hiervoor beschikbaar gesteld, enthousiast om deel uit te maken van een werk dat groter is dan onszelf: het bieden van een gelegenheid tot gemeenschap aan de vele studenten die, hoewel ze met anderen samenwonen, gewend zijn om alleen in hun kamer te eten.
Maar is het echt de moeite waard om een heel weekend te besteden aan koken? Alleen maar om mensen te ontmoeten, te verwelkomen en banden te smeden met mensen die na een semester weer vertrekken? Ik zeg ja want elke keer leert dit gebaar ons te vertrouwen op de voorzienigheid en de ander te zien voor wat hij of zij is: een geschenk. We leren lief te hebben zonder ons te beperken tot louter sympathie, zonder berekening of strategie. Dit is wat er gebeurde met Luis, die nu op het seminarie zit en voor wie wat hij in Trondheim meemaakte van fundamenteel belang was. Hij had juist geen contact willen zoeken met de Erasmus-studenten omdat hij wist dat ze weer zouden vertrekken; maar op een avond, nadat hij tijd met ons had doorgebracht, geraakt door de tranen van Alicia, een vriendin, toen we afscheid namen van enkele studenten die vertrokken, wendde hij zich tot mij en riep uit: „Zo zou ik ook willen liefhebben.“
Elke keer leert dit gebaar ons te vertrouwen op de voorzienigheid en de ander te zien voor wat hij of zij is: een geschenk
We leren ook dat het in de relaties die ontstaan altijd de moeite waard is om ‘een gokje te wagen’, met iedereen. Ik denk aan die rustige, gereserveerde Tsjechische jongen die zoveel tijd met ons doorbracht en door een van onze Italiaanse gezinnen werd ‘geadopteerd’: hij hield niet van koken maar wilde toch helpen, dus begon hij aardappelen en wortelen te snijden. Vijf kilo aardappelen en drie kilo wortelen, elke zondag. Voordat hij vertrok, op een moment dat Gemma – die me helpt met het organiseren van de diners – en ik klaagden over de schijnbare eentonigheid van onze weekenden, zei hij iets dat ons perspectief onmiddellijk veranderde: „Bedankt voor dit semester; bedankt dat jullie me hebben verwelkomd. Jullie beseffen niet hoe belangrijk het is wat jullie voor ons doen.“ En dan zijn er ook nog degenen, zoals Ken, Oscar, Benjiamin en Gala, die door de tijd die ze met ons doorbrachten het verlangen voelden om het sacrament van het vormsel te ontvangen. Een van hen ging zelfs zo ver om te zeggen: „Nu is het geloof van mijn ouders ook mijn eigen geloof.“
Wat doen we dan elke zondag in Trondheim? Ik zal proberen het in de woorden van bisschop Varden tijdens de Rimini-Meeting in 2025 te verwoorden: „Het eerste fundament van de samenleving, in bijbelse zin, is gebaseerd op het vermogen om gastvrijheid te bieden, ervan te genieten en deze te eren.“ Hij voegde daaraan toe: „Wat in onze onrustige, vaak gekwelde tijd verloren is gegaan is een gedegen begrip van het doel van de samenleving, van het samenzijn.“ Want, zo vervolgde hij in zijn toespraak tijdens de Meeting over het thema van die editie: „Wat de mens nodig heeft om tot bloei te komen is niet louter een huis, maar een haard waar het licht blijft branden. En deze haard kan alleen voortkomen uit liefde, de oven waarin de nieuwe stenen worden gebakken om de tand des tijds te doorstaan.” Bernard Scholz, de voorzitter van de Meeting, sloot deze af met de woorden: “God heeft ons geroepen om samen met Hem een nieuw thuis te bouwen in deze wereld.” Zelfs in de gemeenschap van de Beweging in het noordelijkste deel van de wereld.
Paolo, Trondheim, Noorwegen