
Aleppo. Een aanstekelijke hoop
Een maand als vrijwilligers in Syrië, waarin we ontdekten dat degenen die bleven dat deden om een reden die sterker was dan woede: om elke dag hun leven te wijden aan iets moois. En om te herbouwen te midden van het puinDe afgelopen dagen heb ik er keer op keer aan gedacht dat ik een stukje Syrië mee naar huis moet nemen – niet om het verhaal van een of ander avontuur uit het verleden te vertellen, maar om te kunnen getuigen van wat ik heb gezien en meegemaakt. Giulia, een vriendin die ik op de universiteit heb leren kennen, en ik brachten de maand augustus door in Aleppo als vrijwilligers bij het lokale kantoor van de NGO Pro Terra Sancta.
Mijn eerste echte kennismaking met de stad vond plaats in de oude binnenstad en de omliggende wijken, waar mensen wonen, werken en hun kinderen opvoeden. Dit zijn wijken die volledig zijn verwoest door de oorlog. Hoe meer ik om me heen keek, hoe meer een gevoel van onrechtvaardigheid en verbijstering in mij groeide. Ik vroeg de persoon die ons begeleidde of hij nog steeds woede voelde over wat er was gebeurd. Het antwoord van Antony, een van de directeuren van het kantoor van Pro Terra Sancta in Aleppo, raakte me: „Ja, de woede keert vaak terug. Die was er in het verleden, en die is er vandaag de dag nog steeds. Maar we hebben deze ontmoeting met jullie nodig om ons allereerst bewust te worden van de schoonheid die we hebben verloren – en die we weer kunnen opbouwen, zowel in de gebouwen als in de mensen die we elke dag ontmoeten.”
Er zijn veel details die ik heb moeten weglaten. Maar het was voor mij duidelijk – en buitengewoon om te beseffen – dat elke hoek van deze stad verhalen herbergt: verhalen over een millennia-lange relatie tussen verschillende geloofsovertuigingen en culturen. De inwoners van Aleppo die ons vergezelden beschouwden bijvoorbeeld elk gebouw als een deel van hun eigen geschiedenis. De ingestorte gebouwen zijn hun verbrijzelde, rouwende lichamen. Die welke nog overeind staan, zijn hun lichamen die standhouden. De aanwezigheid van de Franciscanen hier is bovendien echt een baken van licht: in de onderwijscentra die zij in Oost-Aleppo runnen valt mij vooral de relatie van wederzijds respect op tussen de christelijke leraren en de moslimleerlingen, die zeggen dat ze zich thuis voelen en vaak nog lang na de lesuren blijven. „Het christendom stelt me in staat om me niet op religie te richten maar op de behoeften die deze kinderen hebben. Bij hen is het voor mij duidelijk dat mijn taak, nog voordat ik leraar ben, erin bestaat om lief te hebben“, zo vertelde een leraar me.
Ik zag ook gezinnen die, dankzij een klein zonnepaneelsysteem, eindelijk een ventilator kunnen gebruiken, voedsel kunnen bewaren of een machine kunnen inzetten om een gehandicapt kind op te tillen om het te wassen en te helpen bij fysiotherapie. Iedereen was ook geraakt door de verantwoordelijkheid die de vereniging aan hen toevertrouwt: het beheer en de installatie blijven namelijk de verantwoordelijkheid van elk gezin, alsof iemand, na zoveel jaren van ontberingen, tegen hen zegt:
„Jullie kunnen nog steeds geven, jullie kunnen nog steeds iets doen, jullie hebben een waarde waarop we kunnen vertrouwen.”
Dan zijn er nog de ‘oases in de woestijn’. Zoals die school voor dove kinderen – die bijna allemaal moslim zijn – die meer dan twintig jaar geleden werd opgericht en zelfs tijdens de oorlog open bleef. Vivian en Jean, twee christenen die hun documenten en tickets naar Libanon al klaar hadden liggen, besloten te blijven om de kinderen op de school niet in de steek te laten. Voor hen betekende blijven niet dat ze hun leven op het spel zetten, maar veeleer dat ze een diepgevoelde verantwoordelijkheid jegens Aleppo en jegens wat ze tot dan toe geroepen waren te doen, nakwamen. In de loop der jaren is het project uitgegroeid tot een geheel dat een school, logopedie, workshops, beroepsopleidingen, cursussen Engels en Frans, muziek, informatica en kunst omvat. Tegenwoordig beschouwen Vivian en Jean hun tijd in Syrië als een roeping, een verantwoordelijkheid jegens de plek waar ze geboren zijn: „God vraagt ons om de plek waar we geboren zijn naar de hemel te verheffen.”
Het was belangrijk voor mij om mannen en vrouwen te zien die, in een vijandige wereld, elke dag hun leven geven voor iets moois. Zij zijn getuigen en zijn op een missie in hun eigen land, in hun eigen stad, in hun eigen buurt. Ik keerde terug naar Italië met een vleugje gezonde afgunst – niet op hun omstandigheden, natuurlijk; niemand zou hen die toewensen. Maar ik benijdde hun nederige radicalisme. Hun christelijke identiteit is niet louter een keuze: het is een taak die samenvalt met een roeping die elk aspect van het leven doordringt. Met een zichtbaar effect: een aanstekelijke hoop die nooit opdroogt.
Guido Reggiori