Mgr. Matthew Hassan Kukah, bisschop van het bisdom Sokoto in Nigeria

Nigeria. „Geloof is leven voor ons”

Een interview met bisschop Matthew Hassan Kukah van het bisdom Sokoto, het gebied dat het zwaarst is getroffen door de jihadisten van Boko Haram: „De garantie die we hebben voor de toekomst van de Kerk is de energie van jonge mensen”
Maria Acqua Simi

Mgr. Matthew Hassan Kukah is bisschop van het Nigeriaanse bisdom Sokoto, het gebied dat het zwaarst is getroffen door de jihadisten van Boko Haram. De afgelopen jaren heeft hij onderhandeld over de vrijlating van vele ontvoerde christenen en is hij getuige geweest van bloedbaden en de moord op vrienden en priesters. Toch weigert hij Nigeria uitsluitend door de bril van het slachtofferschap te bekijken. Al jaren dringt hij aan op dialoog met moslims, op politieke verantwoordelijkheid en op de noodzaak om een levensvatbare samenleving weer op te bouwen. „Niemand van ons wil sterven”, zegt Kukah. „Maar als christenen zullen we, als we moeten kiezen tussen comfort en het kruis, altijd voor het kruis kiezen.” We ontmoetten hem tijdens de Meeting voor Vriendschap tussen Volkeren. „Dit is mijn eerste keer in Rimini. Ik ben echter enigszins bekend met Comunione e Liberazione, omdat ik jullie mensen in Nigeria heb ontmoet en onder de indruk was van hoe zij naastenliefde en geloof beleven.“ Dit is iets, zegt hij, om te koesteren, want het is niet altijd gemakkelijk om het christendom te beleven in een bisdom als het zijne: „Het is de zetel van het oude kalifaat, dat door de Britten werd veroverd. De bevolking bestaat voor 98% uit moslims. Christenen vormen een minderheid, en daar zorg ik voor mijn kudde, die klein maar levendig is.”

In Rimini hebt u de mis gecelebreerd samen met de Heilige Vader. Wat heeft u uit die dagen meegenomen?
Ik ken de Heilige Vader goed, want ik heb hem al meerdere keren ontmoet voordat hij paus werd. In 2021 benoemde Franciscus mij tot lid van het Dicasterie voor Integrale Menselijke Ontwikkeling, en paus Leo heeft deze benoeming bevestigd. Daarom kan ik zeggen dat de thema’s waarover hij tijdens de bijeenkomst sprak – en ik denk daarbij met name aan gerechtigheid, verzoening en vrede – volledig aansluiten bij de opdrachten van paus Franciscus, paus Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Terwijl ik naar hem luisterde, bedacht ik dat hij paus is geworden in een tijd van enorm wereldwijd geweld, maar dat hij niet bang was om de cultuur van onderdrukking, de ideologie erachter en het onrecht dat daaruit voortvloeit aan de kaak te stellen. Hij riep ons ook op om de kracht van het Evangelie en de banden die het schept meer te waarderen, en bovenal om naar de jongeren te kijken. Ik weet dat hij zich richtte tot de mensen op de Meeting, maar zijn woorden raakten ook ons, als christenen in Afrika.

Wat betekent het om als christen in Sokoto te leven?
Sokoto ligt in een van de armste regio’s van Nigeria: 98% van de bevolking bestaat uit moslims. Christenen vormen duidelijk een minderheid. Als ik het over armoede heb bedoel ik concrete realiteiten: twintig miljoen kinderen gaan niet naar school. Duizenden mensen zijn dakloos en leven op straat. Het niveau van geweld is ontstellend, en ik ben zelf getuige geweest van gruwelijke daden begaan door islamitische terroristen. Toch is er een dringende noodzaak om woorden betekenis te geven, zoals de paus terecht heeft opgemerkt. Vrede mag geen abstract begrip zijn, geen nobele waarde waar we alleen maar over praten. We moeten ons er in ons dagelijks leven voor inzetten, ook op institutioneel niveau. Daarom werk ik samen met het Nationaal Vredescomité, dat samenwerkt met de Nigeriaanse regering om vreedzame en geloofwaardige verkiezingen te waarborgen, aangezien verkiezingen altijd een moment zijn waarop spanningen de neiging hebben te escaleren. Ik was voorzitter van de Bisschoppelijke Commissie voor Interreligieuze Dialoog in Nigeria en West-Afrika en lid van de adviesraad van het Vaticaan bij het King Abdulaziz Center for International Interreligious Dialogue in Wenen en Lissabon. Ik maakte deel uit van een Vaticaanse delegatie die in 2004 de taak had diplomatieke betrekkingen met Qatar aan te knopen. Dit is niet louter een opsomming van functies; het betekent dat ik goed thuis ben op dit gebied, zelfs op een zeer praktisch niveau.

Heeft deze institutionele inzet concrete resultaten opgeleverd?
Zeker. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een computerlokaal met ongeveer 2.000 laptops ondersteund: het is een plek waar jongeren een opleiding kunnen volgen, maar bovenal is het een ruimte waar jonge christenen en jonge moslims samenkomen. En we bouwen ook een gaarkeuken voor de armen om degenen die daar geen toegang toe hebben te voorzien van basisbehoeften – water en voedsel. Het maakt niet uit tot welke religie ze behoren. Ondanks het geweld wordt de katholieke kerk in Nigeria zeer gerespecteerd, omdat mensen zien dat we niet tegen mensen strijden, maar in de wereld handelen, in het vertrouwen dat we allemaal mensen zijn, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God.

In het februarinummer van Tracce hebben we uitgebreid aandacht besteed aan het verhaal van Michael Nnadi, een seminarist die enkele jaren geleden door jihadisten werd vermoord. U kende hem heel goed…
Ja. Zijn moeder las vroeger voor tijdens de mis in onze parochie, en toen ze stierf heb ik ervoor gezorgd dat hij naar het seminarie kon gaan en zijn tweelingbroer naar de universiteit. Michael werd in januari 2020 samen met drie andere seminaristen ontvoerd. Ik heb persoonlijk met de terroristen onderhandeld. Na meer dan een maand werden drie van hen eindelijk vrijgelaten, maar toen ze aankwamen zag ik Michael niet bij hen. Later hebben we zijn lichaam gevonden; hij was vermoord. We wisten niet wat er was gebeurd totdat de politie enkele van die bandieten had opgepakt. Toen hen werd gevraagd waarom Michael niet was vrijgelaten antwoordde de jongste van hen: „We moesten hem doden, omdat alle anderen hun mond hielden, maar Michael, zoals hij nu eenmaal was, bleef ons maar aansporen om berouw te tonen en zei dat dit geen goed leven was. Hij bleef bidden en spreken over God en Zijn goedheid. Het leek alsof hij ons met zijn geloof uitdaagde. Dus hebben we hem gedood.” Daar heb je het: onze jongeman stierf voor Christus. Hij was niet de enige.

Heeft U nog andere mensen gekend zoals deze martelaren?
Enkele weken na Michaels dood werd een christelijke vrouw, Bolanle Ataga, samen met haar twee jonge dochters ontvoerd om losgeld te eisen. Haar man was arts; hij betaalde het losgeld, maar de terroristen lieten alleen haar dochters vrij. Ze eisten meer geld, en haar man betaalde opnieuw. Voordat hij haar vrijliet wilde de leider van de criminele bende seks met haar hebben. Zij, als ware gelovige, antwoordde dat dit nooit zou gebeuren. Ze zou niet toegeven. Dus hebben ze haar vermoord. Weer een vrouw die stierf, niet omdat ze haar principes wilde hooghouden, maar omdat ze Jezus meer liefhad dan het leven zelf. Ook een van mijn priesters werd uit haat tegen het geloof in de buurt van de parochie vermoord. Vandaag hangt er bij de ingang van ons seminarie een gedenkplaat ter nagedachtenis aan Michaels dood. En ikzelf ga daar elke keer als ik het seminarie binnenkom bidden. Ook de bisschopsresidentie is ‘Michael Nnadi House’ genoemd. We moeten deze vrienden gedenken. Ik zeg mijn kudde altijd: we zijn te comfortabel geworden, maar we mogen de catacomben niet vergeten. Niemand wil sterven, maar als we naar het leven van Jezus kijken herinneren we ons waarom we – als we moeten kiezen tussen het kruis van Christus en de zekerheden van deze wereld – altijd voor het kruis zullen kiezen.

Waar komt deze haat tegen christenen vandaan?
Ik geloof dat het een van de diepste erfenissen is van het Britse kolonialisme in Nigeria: de overlapping – vooral in het islamitische geheugen van het Noorden – tussen koloniaal bewind en het christendom. De verovering van het kalifaat van Usman dan Fodio werd ervaren als een veroordeling, en na verloop van tijd werd het Britse koloniale project geassocieerd met het opleggen van het christendom.

Historisch gezien was dit helemaal niet het geval. Lord Lugard beschouwde christelijke missionarissen juist als een obstakel en beperkte hun toegang tot het noorden tot in de jaren dertig van de vorige eeuw. Christenen bevinden zich dus in een spagaat tussen het wantrouwen van moslims – die het christendom ten onrechte gelijkstellen aan kolonialisme – en de beperkingen die werden opgelegd door de Britse kolonisatoren zelf, die een grote invloed op ons hebben gehad. Toch heb ik vandaag veel vertrouwen in de toekomst, want ons leven getuigt van iets dat verder gaat dan haat; het offer van zoveel vrienden is niet tevergeefs geweest. Dialoog is mogelijk, veel meer dan in het verleden. Ik heb vooral vertrouwen als ik naar jonge mensen kijk, die niet zo veel verschillen van de jongeren die ik op de Meeting in Rimini heb gezien. De garantie die we hebben voor de toekomst van de Kerk is de energie van jonge mensen.

Wat heeft u door de jaren heen op de been gehouden?
In december is het vijftig jaar geleden dat ik tot priester werd gewijd. Als christen is het voor mij duidelijk dat God ons zoveel heeft gegeven, en dat we ons in Nigeria niet moeten concentreren op het slachtofferschap, want dat belemmert ons om de dialoog met anderen aan te gaan. Ik zal altijd de dialoog blijven aangaan met iedereen, zowel moslims als niet-moslims. Elke keer als ik naar het kruis kijk, weet ik dat het christendom heeft standgehouden en dat niets onmogelijk is voor God. Mijn Nigeria heeft een stralende toekomst voor zich. Natuurlijk is onze democratie nog erg jong, en zijn we een land met meer dan tweehonderd miljoen inwoners. Maar elke keer als ik zie hoe onze jongeren zich onbaatzuchtig inzetten voor iedereen, met een totale bereidheid om zichzelf te geven, heb ik hoop. Geloof is geen louter sieraad; voor ons is het het leven zelf. En de manier waarop wij leven roept bij iedereen vragen op. Gisteren nog heb ik geld ingezameld om bijbels te kopen die in lokale talen zijn vertaald, omdat er een aanzienlijk aantal moslims is dat zich tot het christendom bekeert. En bij veel christenen is de vraag opnieuw opgeroepen: Wie bent U, o God, die betekenis geeft aan onze dagen?